Achtergrond: Suriname kent verschillende bevolkingsgroepen met eigen culturele tradities en gebruiken. Soms ontstaat er een spanningsveld wanneer gewoonterecht en de nationale wetgeving elkaar raken. Vooral bij gevoelige onderwerpen zoals zedendelicten, seksuele relaties met minderjarigen en kinderrechten rijst de vraag: welke regels gelden? Advocaat Derrick Veira legt aan De Snelle Pen uit dat gewoonterecht een plaats heeft binnen de samenleving, maar dat het strafrecht voorrang heeft wanneer sprake is van strafbare feiten en de bescherming van kinderen.
Interview met advocaat Derrick Veira
Vraag: In Suriname hebben verschillende bevolkingsgroepen hun eigen culturele tradities. Hoe verhoudt gewoonterecht zich tot de nationale wetgeving?
Derrick Veira:
Elke bevolkingsgroep heeft een eigen culturele manier van uitdragen. Als die gewoonten en de geldende wetgeving op elkaar aansluiten, is er geen probleem. Maar wanneer ze van elkaar afwijken, dan geldt de wetgeving. Met name het strafrecht heeft dan voorrang.
Vraag: Wat bedoelt u precies met aansluiten?
Veira:
Suriname bestaat uit verschillende bevolkingsgroepen. Elke groep heeft een eigen culturele vorm van uitdragen. Bij bepaalde groepen bestaat er vanuit gewoonterecht een bepaalde mate van tolerantie over het feit dat meisjes of jonge dames vanaf een bepaalde leeftijd eventueel seksueel actief zouden mogen zijn. Dat komt voort uit wat men heeft meegekregen van voorouders.
Maar wat vaak wordt vergeten, is dat het strafrecht op het hele grondgebied van Suriname van toepassing is.
Vraag: Is dat volgens u ook een gevolg van het feit dat de overheid niet overal dezelfde invloed heeft?
Veira:
Het is zo dat de centrale overheid niet altijd in alle uithoeken van Suriname dezelfde invloed kan uitoefenen. Daardoor speelt in bepaalde gebieden het gewoonterecht nog steeds een rol.
Maar zodra er sprake is van een strafrechtelijke situatie, dan geldt het strafrecht. Ook als men dat niet zou willen, is het zo dat mensenrechten en specifiek het Kinderrechtenverdrag Suriname verplichten om daaraan uitvoering te geven.
Vraag: Wat gebeurt er wanneer gewoonterecht en het geldende recht botsen?
Veira:
Bij een botsing tussen gewoonterecht en het geldende recht komt het gewoonterecht te vervallen. Het strafrecht is dan bepalend. Concreet: het strafrecht is onverkort van toepassing op elke millimeter van het Surinaamse grondgebied, zeker wanneer het gaat om kinderrechten.
Vraag: Bestaat er binnen het Surinaamse recht nog ruimte voor gewoonterecht in strafzaken?
Veira:
Ja, die ruimte bestaat wel. Binnen bepaalde stammen kan een granman een rol spelen. De granman is binnen zo’n gebied een vertegenwoordiger van het gezag binnen de gemeenschap. Bij bepaalde lichtere overtredingen kan een granman bijvoorbeeld bepalen dat iemand een boete moet betalen of een bepaalde herstelhandeling moet uitvoeren. Maar bij zware strafbare feiten ligt dat anders.
Vraag: Kunt u een voorbeeld geven?
Veira:
Ik kan een voorbeeld geven van een granman van de Matoariërs, die inmiddels is overleden. Hij had een gestolen voertuig gekocht. Dat leverde het strafbare feit heling op. De zaak werd bekend en men heeft binnen de gemeenschap besloten dat hij een geldboete moest betalen en bepaalde zaken moest vergoeden. Daarna is de politie ingeschakeld. De politie heeft onderzoek gedaan om na te gaan of het daadwerkelijk zo was gegaan. Er zijn foto’s gemaakt en het dossier is naar het Openbaar Ministerie gestuurd. Het Openbaar Ministerie heeft uiteindelijk besloten de helingszaak te laten voor wat het was, mede omdat de opgelegde vergoeding overeenkwam met de waarde van het voertuig. Daar zie je dat het geldend recht aansluiting kan vinden bij het gewoonterecht.
Vraag: Kan cultuur of traditie ooit een strafbaar feit rechtvaardigen?
Veira:
Nee. Cultuur of traditie kan een strafbaar feit niet rechtvaardigen. Cultuur kan wel bijdragen aan een beter begrip van de achtergrond van een strafbaar feit, maar het kan geen rechtvaardiging zijn.
Vraag: Kunt u dat uitleggen aan de hand van een voorbeeld?
Veira:
Bij Surinamers van Bosland-Creoolse komaf bestaat bijvoorbeeld een traditie waarbij jonge meisjes eerst een bepaalde overgang meemaken en daarna als volwassen worden gezien. Volgens die traditie wordt gekeken naar lichamelijke ontwikkeling. Maar het verkrijgen van die status is niet gekoppeld aan een wettelijke leeftijd. Daar ontstaat het spanningsveld. De wet kijkt namelijk niet alleen naar lichamelijke ontwikkeling, maar ook naar leeftijd en de bescherming van kinderen.
Vraag: Waar ontstaat volgens u precies het spanningsveld tussen traditie en het strafrecht?
Veira:
Het spanningsveld ontstaat wanneer iemand vanuit een bepaalde culturele opvatting als volwassen wordt gezien, terwijl de wet die persoon nog steeds als minderjarig beschouwt. Bijvoorbeeld: als een meisje volgens bepaalde tradities een bepaalde lichamelijke ontwikkeling heeft doorgemaakt, kan men binnen een gemeenschap zeggen dat zij klaar is voor een relatie of huwelijk. Maar juridisch kijkt het strafrecht naar andere criteria. De feiten en omstandigheden van een zaak zijn dan bepalend. Het strafrecht gaat anders kijken naar de situatie.
Vraag: Als een minderjarig meisje een relatie heeft met een volwassen man, wordt die man dan altijd als verdachte gezien?
Veira:
Ja, hij wordt als verdachte gehoord wanneer er sprake is van een mogelijk strafbaar feit. Dat betekent niet dat elke zaak hetzelfde wordt beoordeeld. Er wordt gekeken naar de omstandigheden. Maar het uitgangspunt blijft dat minderjarigen bescherming genieten binnen de wet.
Vraag: Dus ook wanneer een minderjarige zelf zegt dat zij een relatie heeft of samenwoont?
Veira:
Dan wordt dat meegenomen in het onderzoek. Maar het verandert niet automatisch de juridische beoordeling. Er wordt gekeken naar de leeftijd, de situatie, de machtsverhouding en alle andere omstandigheden.
Vraag: Heeft u voorbeelden meegemaakt waarbij die omstandigheden een rol speelden?
Veira:
Ik heb zaken meegemaakt waarbij de situatie complexer bleek dan in eerste instantie gedacht. Ik heb bijvoorbeeld een zaak gehad waarbij een minderjarig meisje was aangehouden in het kader van mensenhandel. Zij gaf aan dat zij door meerdere mannen was verkracht en dat anderen daarbij betrokken waren, waaronder haar moeder. Bij nader onderzoek bleek dat zij al twee jaar bij haar vriend woonde. Die vriend was ambtenaar binnen een gewapende eenheid van de overheid. Zij gaf aan dat zij samenwoonden en dat zij zichzelf als man en vrouw zagen. Dat betekent niet dat een strafzaak automatisch verdwijnt, maar het laat zien dat elk dossier zorgvuldig moet worden onderzocht.
Vraag: Wat is volgens u belangrijk wanneer de samenleving discussieert over cultuur, traditie en zedendelicten?
Veira:
Het is belangrijk om onderscheid te maken tussen begrip en rechtvaardiging. We kunnen culturele achtergronden onderzoeken en begrijpen waarom bepaalde opvattingen bestaan. Maar dat betekent niet dat een strafbaar feit wordt toegestaan. Kinderrechten staan centraal. Wanneer die rechten worden geschonden, moet het recht ingrijpen.
Vraag: Wat moet de samenleving volgens u onthouden?
Veira:
Dat traditie en cultuur onderdeel zijn van onze samenleving, maar dat zij niet boven de wet staan. Wanneer het gaat om bescherming van kinderen, moet de wet worden toegepast. Het doel is niet om gemeenschappen of tradities aan te vallen, maar om ervoor te zorgen dat kinderen veilig zijn.