Bee grijpt in: salaris van onvindbare ambtenaren wordt sneller stopgezet”
Minister Marinus Bee van Binnenlandse Zaken kondigt strengere maatregelen aan tegen ambtenaren die onterecht salaris ontvangen.
Van de 2.154 ambtenaren die de overheid niet kon terugvinden, maakten slechts 39 mensen gebruik van de laatste mogelijkheid om zich opnieuw te registreren. Voor de overheid was dat volgens minister Marinus Bee van Binnenlandse Zaken het signaal om door te gaan. Salarissen werden geblokkeerd en procedures werden gestart om personen die niet konden worden verantwoord uit de overheidsdienst te verwijderen. De schoonmaak van het ambtenarenbestand levert de Staat volgens Bee bovendien een enorme financiële besparing op: ruim SRD 200 miljoen per jaar. De overheid had 2.154 mensen op de lijst staan die niet konden worden gevonden. Zij kregen een laatste kans om zich te melden. Slechts 39 kwamen opdagen. Bee benadrukt dat de overheid niet zomaar mensen uit dienst kan zetten of hun salaris kan blokkeren. Daarvoor moeten wettelijke procedures worden gevolgd. “Je kan inderdaad blokkeren, maar dan verlies je zo een rechtszaak”, stelde hij.
Ondertussen wordt duidelijk dat het probleem niet alleen administratief is, maar ook financieel zwaar weegt.
Volgens Bee is door het blokkeren van salarissen en het uit de overheidsdienst halen van personen inmiddels een besparing ontstaan die kan oplopen tot ruim SRD 200 miljoen per jaar. Dat bedrag maakt de kwestie extra gevoelig. Want als de Staat daadwerkelijk honderden miljoenen per jaar kan besparen door mensen uit het bestand te halen die niet konden worden teruggevonden, rijst de vraag hoeveel geld in het verleden aan deze groep is uitgegeven. Daarmee gaat het debat niet alleen over wie er nu wordt geschrapt, maar ook over hoe het zover heeft kunnen komen.
De operatie is bovendien nog niet klaar. Volgens Bee zijn van de oorspronkelijke groep nog 896 personen in proces. De minister waarschuwt dat de administratieve cijfers kunnen achterlopen, omdat veel zaken handmatig worden verwerkt.
De overheid heeft daarmee een forse klus voor zich: niet alleen vaststellen wie daadwerkelijk in dienst is, maar ook ervoor zorgen dat de administratie voortaan sneller en betrouwbaarder kan aangeven wie voor de Staat werkt, waar die persoon werkt en waarom die persoon wordt betaald.