Op 20 juli kregen ze via een deurwaardersexploot de opdracht om hun activiteiten te stoppen en drie locaties in het binnenland te verlaten. Bijna een maand later zijn de betrokken Mennonieten volgens minister Stanley Soeropawiro nog altijd niet vertrokken.
De overheid gaf de groep aanvankelijk twee weken de tijd om zelfstandig te vertrekken. Die termijn is inmiddels verstreken. Volgens de minister van Grondbeleid en Bosbeheer heeft de regering echter nog geen bericht ontvangen dat de vestigingen worden afgebroken.
“We hebben geen rapportage dat men aanstalten heeft gemaakt om op te breken of om te vertrekken”, zegt Soeropawiro tegenover de Communicatie Dienst Suriname.
Het gaat om Bantipasi, Albergapasi en Masoniakreek. De locaties kwamen in beeld na meldingen over de aanwezigheid van Mennonieten in het binnenland. Een gezamenlijke missie van GBB, het leger en de Commissie Ordening Kleinschalige Goudsector bezocht vijf locaties. Op drie daarvan werden Mennonieten aangetroffen die volgens de overheid niet over de vereiste toestemming beschikten.
Op de locaties staan onder meer woningen en containerhuizen. Ook wordt er landbouw bedreven. Volgens Soeropawiro is daarbij ongeveer 15 hectare primair bos ontbost.
De betrokken personen beschikten volgens de minister wel over verblijfsvergunningen, maar die waren vervallen. Voor de activiteiten op de locaties zouden eveneens de benodigde vergunningen ontbreken.
De regering zegt de groep voorlopig de ruimte te geven om zelf te vertrekken. Als dat niet gebeurt, volgen verdere maatregelen.
Vooral de ontbossing van primair bos is voor de overheid een belangrijk punt.
Soeropawiro benadrukt dat de kwestie volgens hem niet draait om Mennonieten als bevolkingsgroep. Iedereen die zich in Suriname wil vestigen of grond wil gebruiken, moet zich aan de geldende regels houden.