Orfeo kwam in een rolstoel terecht, nadat hij herstelde van een hals- en kaakbreuk
Het komt ongeloofwaardig over als je verneemt dat een automonteur zich in een rolstoel verplaatst. Orfeo Kawai is het levend voorbeeld.
Het is woensdagmiddag en aan de Tubberoosstraat hangt een gezellige, bijna uitbundige sfeer. Familieleden, vrienden en bekenden zijn bijeengekomen om de 95e verjaardag van Rudi Westhoek te vieren. Gekleed in een wit linnen pak met daaronder sneakers, zit de jarige er verzorgd en ontspannen bij. Wie hem zo ziet zitten, zou niet meteen vermoeden dat hier een man tegenover je zit die inmiddels bijna een eeuw aan levenservaring met zich meedraagt. Zodra hij begint te vertellen, wordt duidelijk dat achter zijn vriendelijke verschijning een schat aan herinneringen schuilgaat. Gebeurtenissen van tientallen jaren geleden haalt hij naar boven alsof ze gisteren hebben plaatsgevonden. Met enthousiasme vertelt hij over zijn werk, zijn buitenlandse avonturen, zijn gezin en de boerderij waaraan hij een groot deel van zijn leven heeft gewijd.
Als Westhoek terugblikt op zijn 95 levensjaren, omschrijft hij die als een periode van vallen en opstaan, maar vooral als een prettig leven. Toch is er één onderwerp waarbij zijn stem iets van de strijd verraadt die hij momenteel met zichzelf voert: zijn boerderij. Zijn kinderen vinden dat hij het rustiger aan moet doen, en ook hij beseft dat zijn leeftijd grenzen stelt aan wat hij nog kan. Maar afscheid nemen van de dieren en het werk dat hem al jarenlang bezighoudt, blijkt gemakkelijker gezegd dan gedaan. „Ik moet stoppen, maar ik heb geen zin om op te houden”, vertelt hij. Het is een uitspraak die veel zegt over de man die, ondanks zijn 95 jaar, nog altijd plannen maakt en liever bezig is dan stilzit.
Zijn liefde voor het boerenleven begon ongeveer veertig jaar geleden, toen hij een stuk grond aan de Rijsdijkweg kreeg aangeboden. Het terrein was toen nog grotendeels bos en moest eerst worden ontgonnen voordat er vee kon worden gehouden. Westhoek liet zich niet afschrikken door het werk dat voor hem lag. Hij kapte bomen, verwijderde stronken en plantte gras totdat het terrein veranderde in een weiland waar koeien konden grazen. Wat begon als een stuk onontgonnen grond, groeide uit tot een boerderij die een belangrijke plaats in zijn leven zou innemen. Voordat hij zich op de rundveehouderij toelegde, had hij al verschillende andere activiteiten ondernomen. Eerst hield hij kippen, waaronder Leghorns, daarna stapte hij over op schapen en uiteindelijk vond hij zijn weg naar de rundveehouderij. Telkens wanneer een activiteit ophield, zocht hij een nieuwe uitdaging. Stilzitten was kennelijk nooit zijn sterkste kant.
Ik moet stoppen, maar ik heb geen zin om op te houdenRudi Westhoek
Die ondernemingslust was al zichtbaar toen hij nog jong was en zijn loopbaan bij de overheid begon. Op zeventienjarige leeftijd trad Westhoek in dienst bij het ministerie van Openbare Werken en Verkeer. Omdat hij volgens de geldende regels nog te jong was om als ambtenaar te worden aangesteld, moest er een speciale ontheffing worden geregeld. Zijn enthousiasme en inzet vielen echter op en hij kon zijn werk voortzetten. Hij wilde zich ontwikkelen tot een vakman in de autotechniek en was vastbesloten om meer kennis op te doen dan hij op dat moment bezat. Die ambitie bracht hem naar het buitenland, waar hij opleidingen volgde in onder meer de Verenigde Staten en Duitsland. Vooral zijn belangstelling voor de automobielindustrie bracht hem ertoe verder te kijken dan de grenzen van Suriname. Detroit, bekend om zijn auto-industrie, sprak tot zijn verbeelding, terwijl ook Duitsland met zijn gerenommeerde autofabrikanten hoog op zijn verlanglijst stond.
Uiteindelijk lukte het hem om een opleiding bij Daimler-Benz te volgen. Die kans betekende veel voor de jonge technicus, die zijn vak tot in de details wilde beheersen. De opleiding leverde hem niet alleen technische kennis op, maar ook nieuwe inzichten in professionaliteit en communicatie. Westhoek vertelt tijdens het gesprek levendig over de lessen die hij onderweg leerde. Een opleiding in communicatievaardigheden in de Verenigde Staten is hem in het bijzonder bijgebleven. Om uit te leggen hoe belangrijk het is om goed te communiceren, vertelt hij een verhaal over een meisje dat na het overlijden van haar moeder door haar oma wordt opgevoed. Het meisje wil tijdens de gymnastiekles haar vaardigheden tonen, maar haar oma probeert haar uit bezorgdheid tegen te houden. De misverstanden die vervolgens ontstaan, laten volgens Westhoek zien hoe gemakkelijk mensen langs elkaar heen kunnen praten wanneer ze niet goed luisteren of elkaar verkeerd begrijpen. Hij gebruikte dergelijke voorbeelden later ook in zijn werk, omdat hij begreep dat een boodschap pas goed overkomt wanneer je rekening houdt met degene tot wie je spreekt.
Zijn buitenlandse opleidingen leverden hem ook bijzondere ervaringen op in zijn technische loopbaan. Een verhaal dat hem nog altijd bijblijft, gaat over een auto van een belangrijke regeringsfunctionaris. De wagen zou naar verwachting maanden nodig hebben om te worden gerepareerd, maar Westhoek slaagde erin het werk veel sneller af te ronden. Daarbij bracht hij technische veranderingen aan die niet direct zichtbaar waren. Om zijn werk toe te lichten, liet hij in de auto een briefje achter met de woorden „To whom it may concern”. De eigenaar wilde vervolgens weten wie de auto had gerepareerd en vroeg specifiek naar de vakman die eraan had gewerkt. Het contact dat daarop volgde, opende volgens Westhoek opnieuw deuren naar verdere ontwikkeling en buitenlandse scholing. Hij vertelt het verhaal met zichtbaar plezier, alsof hij opnieuw voor de auto staat en zich herinnert hoe zijn technische kennis hem erkenning opleverde. Na ongeveer veertig jaar bij de overheid ging hij met pensioen, maar zijn behoefte om actief te blijven verdween daarmee niet.
Ook zijn gezin speelde een belangrijke rol in de keuzes die hij maakte. Westhoek vertelt dat zijn kinderen inmiddels volwassen zijn, hun opleidingen hebben afgerond en hun eigen leven leiden. Sommigen zijn naar Europa vertrokken en hebben daar hun bestaan opgebouwd. De verantwoordelijkheid die hij vroeger voelde om voor zijn gezin te zorgen en de kinderen een goede toekomst te bieden, is daardoor veranderd. Hij hoeft niet meer op dezelfde manier te werken om hen vooruit te helpen. „Alle kinderen zijn afgestudeerd. Ze zorgen voor zichzelf. Nu doe ik het voor mezelf”, zegt hij. Die woorden maken duidelijk dat zijn boerderij inmiddels meer is dan een manier om inkomsten te verdienen. Het is een deel van zijn dagelijks leven geworden, een plek waar hij zijn energie kwijt kan en waar hij nog altijd voldoening uit haalt.
Toch heeft het boerenleven hem niet alleen mooie momenten gebracht. Westhoek vertelt ook over een pijnlijke ervaring met zeventien schapen die hij met zorg had grootgebracht. Hij had iemand in vertrouwen genomen om op de dieren te passen, maar uiteindelijk werden de schapen gestolen. Het verlies was groot, niet alleen vanwege de waarde van de dieren, maar ook omdat hij er tijd en moeite in had gestoken. De teleurstelling bleef hem bij, maar hij liet zich er niet door tegenhouden. Hij ging verder met andere activiteiten en vond uiteindelijk opnieuw zijn weg in de veeteelt. Ook als melkveehouder wist hij zijn draai te vinden. Hij leverde melk aan een melkcentrale en bouwde daarmee weer een nieuwe activiteit op. In zijn verhalen komt steeds hetzelfde patroon naar voren: wanneer iets mislukt of wegvalt, probeert hij een andere weg te vinden. Hij heeft in zijn leven vaker opnieuw moeten beginnen en lijkt juist daaruit de kracht te hebben gehaald om door te gaan.
Nu staat hij echter voor een beslissing die moeilijker blijkt dan de eerdere veranderingen. Waar hij vroeger zonder veel aarzeling van kippen naar schapen en vervolgens naar koeien overstapte, moet hij nu overwegen of hij de boerderij helemaal zal beëindigen. De dieren zijn al in aantal teruggebracht. Van ongeveer twintig dieren houdt hij er nog maar enkele over, en hij verwacht dat het aantal verder zal afnemen. Zijn kinderen maken zich zorgen en vinden dat hij rekening moet houden met zijn leeftijd. Westhoek begrijpt dat zijn lichaam niet eindeloos dezelfde inspanning kan leveren, maar de gedachte aan een leven zonder de boerderij valt hem zwaar. Hij ziet de grond die hij ooit eigenhandig heeft ontgonnen en weet hoeveel werk erin is gaan zitten. Bovendien ziet hij hoe de waarde van landbouwgrond in de loop der jaren is veranderd. Dieren en grond vertegenwoordigen tegenwoordig andere bedragen dan vroeger, en volgens hem zal de ontwikkeling van Suriname, onder meer door de verwachte olieproductie, de belangstelling voor grond verder kunnen beïnvloeden. Maar uiteindelijk gaat zijn twijfel niet alleen over geld. Het gaat vooral om de vraag wat er overblijft wanneer hij het werk loslaat dat hem zoveel jaren bezig heeft gehouden.
Wanneer hem wordt gevraagd naar de mooiste momenten uit zijn leven, blijkt het moeilijk om er één uit te kiezen. Zijn herinneringen voeren hem terug naar de tijd waarin hij als jonge man werkte, leerde en kansen kreeg die zijn toekomst mede bepaalden. Ook de jaren waarin hij met zijn gezin bezig was en waarin zijn kinderen zich ontwikkelden, hebben een belangrijke plaats in zijn verhaal. Minder mooie ervaringen zijn er eveneens geweest, maar hij spreekt erover zonder dat ze zijn hele terugblik overheersen. Zijn levensverhaal klinkt niet als dat van iemand die alleen maar geluk heeft gehad, maar van iemand die steeds opnieuw heeft geprobeerd iets van zijn mogelijkheden te maken. Hij heeft hard gewerkt, risico’s genomen, teleurstellingen verwerkt en verschillende keren een nieuwe richting gekozen.
Wat hem op zijn 95e nog overeind lijkt te houden, is niet één geheim of een ingewikkeld recept. Westhoek vertelt over zijn geloof en de waarden die hij als jonge man meekreeg tijdens de godsdienstlessen. Eerlijkheid, verantwoordelijkheid en respect spelen volgens hem een belangrijke rol in het leven. Tegelijkertijd laten zijn verhalen zien dat hij altijd belangstelling heeft gehouden voor mensen en de wereld om hem heen. Hij vertelt over zijn jeugd tijdens de Tweede Wereldoorlog, over de Amerikanen die in Suriname verbleven, over muziek en dans en over de sociale contacten die hij in de loop der jaren heeft opgebouwd. Hij was naar eigen zeggen een enthousiaste danser en genoot van het sociale leven. De herinneringen komen in hoog tempo voorbij, waardoor de leeftijd van de verteller soms naar de achtergrond verdwijnt.
Op deze woensdagmiddag aan de Tubberoosstraattraat wordt zijn 95e verjaardag gevierd, maar voor Westhoek voelt het leven nog niet als een afgerond verhaal. Hij weet dat hij bepaalde dingen moet loslaten en dat het verstandig is zijn krachten te sparen. Toch blijft hij zoeken naar een manier om zijn dagen zinvol te vullen. Het vooruitzicht om ‘s morgens op te staan zonder iets te hebben om voor te zorgen, bezorgt hem meer zorgen dan het idee dat hij zijn dieren moet verminderen. Misschien is dat wel de grootste les uit zijn lange leven: voor sommige mensen is werken niet alleen een middel om geld te verdienen, maar ook een reden om iedere dag opnieuw op te staan. Voor Rudi Westhoek is de boerderij zo’n reden geworden. Zijn kinderen willen dat hij rust neemt, zijn leeftijd vraagt om voorzichtigheid, maar zijn geest blijft zoeken naar wat er nog mogelijk is.
Terwijl de felicitaties en gesprekken op zijn verjaardag doorgaan, blijft één vraag voorlopig onbeantwoord: zal hij de boerderij verkopen of toch nog een manier vinden om ermee door te gaan? Westhoek heeft er nog geen definitief besluit over genomen. Maar wie hem hoort vertellen, begrijpt waarom dat niet eenvoudig is. Achter de 95-jarige man in het witte linnen pak schuilt nog altijd de jonge technicus die de wereld wilde ontdekken, de ondernemer die van een stuk bos een weiland maakte en de vader die zijn kinderen een goede toekomst wilde geven. Zijn lichaam mag hem steeds vaker tot voorzichtigheid manen, zijn levenslust is nog duidelijk aanwezig. Rudi Westhoek heeft in 95 jaar heel wat hoofdstukken geschreven. Alleen het volgende hoofdstuk, dat zonder zijn vertrouwde boerderij, moet hij nog leren beginnen.