De verstandhouding tussen de politiebond en korpschef Melvin Pinas staat onder druk. Volgens politiebondsvoorzitter Revelino Eijk verloopt de communicatie met de korpsleiding al langere tijd niet zoals gewenst. Als daarin geen verandering komt, sluit hij een breuk niet uit. Eijk sprak zaterdag met De Snelle Pen, kort nadat hij en zijn bestuur tijdens de bestuursverkiezingen opnieuw het vertrouwen kregen. “We hebben meerdere malen aan de bel getrokken als het gaat om de communicatie. Het schijnt nog niet te willen lukken”, zegt Eijk. Volgens hem wil de politiebond voorkomen dat de situatie verder verslechtert. “Als het zo verder gaat, denk ik wel dat er een breuk gaat ontstaan. Wij willen dat natuurlijk niet.”
Volwaardige partner
Volgens Eijk moet de korpsleiding erkennen dat de politiebond een volwaardige partner is. Hij stelt dat de bond vooral wil dat de communicatie wordt opgevoerd en dat signalen vanuit de organisatie serieus worden genomen.“Het probleem is dat het bevoegd gezag het probleem in de boodschapper ziet en niet in de boodschap”, aldus Eijk. Volgens hem wordt daardoor soms geprobeerd degene die een probleem aankaart aan te vallen, in plaats van naar het aangedragen probleem te kijken. Een voorbeeld daarvan was de WhatsApp-groep die vanaf het aantreden van korpschef Pinas werd opgezet tussen het dagelijks bestuur van de politiebond en de korpsleiding. Het doel was om via korte lijnen zaken met elkaar te bespreken.
Communicatie
Volgens Eijk bleek in de praktijk dat de communicatie via de groep onvoldoende op gang kwam. De bond zou meerdere keren hebben aangedrongen op verbetering. Ook nadat vanuit de korpsleiding was aangegeven dat de communicatie zou worden opgevoerd, bleef volgens Eijk de gewenste reactie uit. Sinds 20 juni had de bond volgens hem verschillende zaken in de WhatsApp-groep aangekaart, zonder dat daarop voldoende werd gereageerd. Vorige week besloot hij daarom dat de groep haar doel voorbijging. “Dan heeft deze WhatsApp-groep geen zin. Het doel van de WhatsApp-groep houdt dan op te bestaan”, zegt Eijk. De groep werd vervolgens ontbonden. Een eventuele herstart van het overleg via zo’n kanaal ligt volgens Eijk niet alleen bij de politiebond. “Indien men vindt dat we wederom kunnen overgaan daartoe, zullen ze ook van hun zijde toenadering moeten doen.”
De bond wil volgens Eijk geen conflict met de korpsleiding, maar verwacht wel dat de verhouding tussen beide partijen ook in de praktijk wordt ingevuld. “Ze zeggen altijd dat we gelijkwaardige partners zijn. Dan dien je je ook dienovereenkomstig te gedragen.” Voor Eijk betekent dat niet dat de bond en de korpsleiding hetzelfde moeten doen. Beide hebben volgens hem hun eigen verantwoordelijkheid en domein. “Als we allemaal doen wat we moeten doen, dan denk ik dat we een eind verder zijn.”
De boodschap van de politiebond is daarmee duidelijk: de deur naar overleg staat volgens Eijk open, maar de communicatie kan volgens hem niet langer eenrichtingsverkeer zijn.