“We zitten in een onderwijscrisis. Ik weet niet of ze blind zijn.” Met die woorden maakt Bernice Terbeek-Barron duidelijk dat volgens haar niet alleen moet worden gekeken naar de oproep van president Jennifer Geerlings-Simons aan studenten om voor het onderwijs te kiezen.
De regering moet volgens haar vooral antwoord geven op de vraag hoe het beroep van leerkracht aantrekkelijker wordt gemaakt en hoe voldoende leerkrachten voor de klas kunnen worden gehouden.
Goede stap
Terbeek-Barron noemt de oproep om studenten tijdens hun opleiding financieel te ondersteunen een goede stap. Maar daarmee is het probleem volgens haar niet opgelost. “Wanneer je ondersteunt om je studie te betalen, is de volgende vraag: wat ga ik verdienen?” Zij wijst erop dat militairen, politiefunctionarissen en verpleegkundigen tijdens hun opleiding al vormen van ondersteuning of een vergoeding kunnen krijgen. Volgens Barron moet ook voor toekomstige leerkrachten worden gekeken naar een dergelijke ondersteuning. Maar naast de opleiding moet volgens haar ook worden gekeken naar de selectie van studenten. Niet iedereen die voor een opleiding kiest, is automatisch geschikt om voor de klas te staan. Attitude, motivatie en geschiktheid moeten onderdeel blijven van de procedure.
1 oktober
Voor Barron ligt de urgentie vooral bij de start van het nieuwe schooljaar.
“Wat doe je als je op 1 oktober niet kan starten?” Volgens haar hebben leerkrachten al geruime tijd onder druk gewerkt. De regering moet daarom niet alleen investeren in nieuwe of gerenoveerde schoolgebouwen, maar ook in de mensen die het onderwijs moeten dragen.
“Je mag mooie lokalen bouwen, maar waar ga je de leerkrachten vinden?” Niet alleen naar percentages kijken. Ook de beloning moet volgens Barron opnieuw worden bekeken. Zij wil de discussie niet beperken tot percentages. “Als een leerkracht 11.000 verdient, wat doe je met tien procent verhoging?”
Volgens haar gaat het niet alleen om een algemene loonronde, maar om de vraag of het salaris en de secundaire arbeidsvoorwaarden voldoende zijn om het beroep aantrekkelijk te maken.
Barron is daarom kritisch op een situatie waarbij de regering eerst bepaalt wat zij maximaal kan bieden en vervolgens sociale partners uitnodigt om daarover te praten.
“Dan moet de regering ons niet roepen. De regering heeft een bod. Dat is geen loononderhandeling.” Midden september wordt duidelijk wat de regering doet Barron verwacht dat rond midden september duidelijker moet worden welke concrete maatregelen de regering neemt.
De oproep aan studenten om voor het onderwijs te kiezen, noemt zij positief. Maar volgens haar begint daar pas het echte werk.De regering moet volgens Barron niet alleen nieuwe mensen naar de opleiding krijgen, maar ervoor zorgen dat zij het beroep ook daadwerkelijk willen uitoefenen en daarin blijven. “De regering heeft huiswerk,” zegt ze aan De Snelle Pen.