Met doorzettingsvermogen, discipline en steun vanuit haar omgeving heeft Sefanja Vrede haar droom waargemaakt: zij is recent beëdigd als arts door het Ministerie van Volksgezondheid. Opmerkelijk is dat zij haar volledige opleiding in Suriname heeft gevolgd – een traject dat niet zonder uitdagingen verliep. Al vanaf jonge leeftijd viel Sefanja op door haar schoolprestaties. Zowel op de GLO, MULO als op de middelbare school behoorde zij tot de besten van haar klas. Hoewel zij twijfelde tussen piloot en arts, werd zij vanuit haar omgeving meer gestimuleerd om de medische richting op te gaan. “Ik had eigenlijk geen uitgesproken voorkeur. Het was piloot óf arts, maar uiteindelijk ben ik deze weg ingeslagen.” Wat haar verhaal extra bijzonder maakt, is dat Sefanja afkomstig is uit de volkswijk Frimangron. Vanuit deze omgeving, waar kansen niet altijd voor het oprapen liggen, wist zij zich op te werken tot arts. Haar achtergrond heeft haar niet tegengehouden, maar juist gemotiveerd om door te zetten en te bewijzen dat ook jongeren uit wijken als Frimangron hun dromen kunnen waarmaken.
Soms voelde ik me ‘out of place’, alsof ik er niet helemaal bij hoorde.Sefanja Vrede
Toegelaten
In 2016 stroomde zij in aan de medische faculteit, waar jaarlijks slechts een beperkt aantal studenten wordt toegelaten. “Er waren ongeveer dertig plekken voor directe instroom en daarnaast nog dertig via loting. Ik had goede cijfers, vooral negens voor vakken als scheikunde en wiskunde, dus ik kon meteen beginnen.” De studie geneeskunde bestaat uit een intensief traject van jaren. De preklinische fase duurde vier jaar, gevolgd door een klinische fase van twee tot drie jaar. Toch liep dit in de praktijk anders. “Door COVID-19 lagen we maanden stil en daarna kregen we te maken met stakingen. Specialisten trokken zich soms terug, waardoor wij wachttijden hadden van vier tot zes maanden. Sommige studenten waren al twee jaar arts, terwijl anderen – zoals ik – nog moesten wachten.” Volgens Sefanja zit een belangrijk knelpunt in de overgang van theorie naar praktijk. “In de preklinische fase zit je vooral in de schoolbanken, maar daarna moet je als coassistent aan de slag. Niet alle studenten kunnen meteen geplaatst worden, waardoor sommigen lang moeten wachten.”
Verschillen
Ondanks de uitdagingen benadrukt zij dat de studie haalbaar is. “Het is niet per se moeilijk, maar de hoeveelheid informatie is groot. Je moet echt gemotiveerd zijn.” Tijdens haar opleiding kreeg zij ook te maken met sociale en culturele verschillen. “Je komt op de faculteit en in het ziekenhuis in contact met mensen uit verschillende achtergronden. Soms voelde ik me ‘out of place’, alsof ik er niet helemaal bij hoorde. Ik had het gevoel dat ik onzichtbaar was, omdat ik niet op hen leek.” Toch waren er ook positieve ervaringen. “Er waren artsen en specialisten die mij juist motiveerden. Zij kenden mijn naam en gaven mij dat extra duwtje. Die gesprekken hebben uiteindelijk zwaarder gewogen.” Sefanja merkt op dat niet iedereen met dezelfde startpositie begint. “Veel studenten hebben familie in de zorg en krijgen begeleiding van huis uit. Ik moest alles zelf uitzoeken. Maar mijn ouders hebben mij altijd gestimuleerd om het beste uit mezelf te halen.”
Combineren
Die steun bleek cruciaal, vooral omdat zij haar studie combineerde met het moederschap en ondernemerschap. Als moeder van een zoon van zes jaar en eigenaar van haar onderneming “Hotwings Express” moest zij haar tijd goed indelen. “Mijn ouders hebben mij enorm geholpen, zowel met mijn kind als met mijn onderneming. Zij zorgden ervoor dat ik altijd een vangnet had.”
Tijdens de COVID-periode droeg zij ook haar steentje bij als quarantaine-medewerker. “Dat heb ik ongeveer een maand gedaan. Het was intens, maar ook leerzaam.” Nu zij officieel arts is, staat zij aan het begin van een nieuwe fase. “Ik moet het zelf nog beseffen: ik bén nu arts. En nu ben ik ook degene die studenten gaat begeleiden.” Voor de toekomst heeft zij duidelijke ambities. Ze wil graag ervaring opdoen binnen de overheid en denkt aan werken in het Academisch Ziekenhuis of bij de Regionale Gezondheidsdienst (RGD). “Paramaribo en Wanica zijn al verzadigd als het gaat om artsen, maar in gebieden zoals Nickerie is er nog een tekort.”
Ook een specialisatie sluit zij niet uit. “Als ik me verder ga specialiseren, denk ik aan cardiologie. Maar daarvoor moet je echt bereid zijn om offers te brengen en je leven daarop in te richten.” Tot slot heeft Sefanja een duidelijke boodschap voor jongeren die twijfelen: “Deze studie is niet onmogelijk voor mensen zoals ik. De weg is al gebaand. Er zijn genoeg voorbeelden van mensen die het hebben gehaald, soms zelfs na meerdere pogingen. Met hard werken, doorzettingsvermogen en geloof kom je er.”