De kantonrechter in het Eerste Kanton heeft de Staat Suriname, in het bijzonder het ministerie van Openbare Werken & Ruimtelijke Ordening (OWRO), veroordeeld tot betaling van achterstallig loon aan 52 werknemers. Het gaat om een vonnis in kort geding van 18 december 2025, dat uitvoerbaar bij voorraad is verklaard. Opvallend is dat een vergelijkbare loonkwestie uit 2023, eveneens betreffende werknemers en de Staat Suriname, tot op heden nog niet is afgedaan. In die zaak wordt nog steeds gewacht op een rechterlijke uitspraak. Daarmee ontstaat een contrast tussen een recente zaak waarin de rechter reeds duidelijkheid heeft verschaft en een oudere procedure die al geruime tijd zonder vonnis is gebleven.
Kortgeding WOOW
De Werknemers Organisatie Openbare Werken (WOOW) heeft in 2023 namens 57 werknemers een kort geding aangespannen tegen de Staat Suriname, vertegenwoordigd door het Ministerie van Openbare Werken en de toenmalige minister Riad Nurmohamed. De werknemers eisen dat het ministerie hen het achterstallige salaris uitbetaalt en het recht op arbeid daadwerkelijk waarborgt. Volgens het kort geding hebben de 57 werknemers zich in 2020 bij het ministerie aangemeld voor werk en zijn zij in dienst genomen op basis van werkgeversverklaringen, waarin hun maandloon is vermeld. De arbeidsrelatie loopt nog steeds. Desondanks kregen de werknemers op een gegeven moment mondelinge instructies van de minister om thuis te blijven, met de toezegging dat hun salaris doorbetaald zou worden. Deze mededeling had echter geen administratieve of wettelijke basis en werd kennelijk gegeven zonder instemming van het ministerie.
De WOOW stelt dat de werknemers ondanks herhaalde bereidheid om hun werkzaamheden uit te voeren, nooit salaris hebben ontvangen en hierdoor financieel ernstig worden benadeeld. Het uitblijven van loon heeft geleid tot leningen die de werknemers moesten aangaan om rond te komen, die zij nu moeten terugbetalen. In het kort geding eist WOOW dat het ministerie binnen een week na uitspraak: het achterstallige salaris vanaf de datum van indiensttreding uitbetaalt;
de werknemers hun werk daadwerkelijk laat uitvoeren; een dwangsom oplegt van SRD 100.000 per dag dat het ministerie in gebreke blijft; minister Nurmohamed gelast geen verdere belemmeringen op te werpen voor de uitvoering van de werkzaamheden.
WOOW benadrukt dat de werknemers nog steeds bereid en beschikbaar zijn om hun taken uit te voeren en dat het ministerie verantwoordelijk is voor het uitblijven van de betaling en de uitvoering van het werk. De uitspraak van de kantonrechter wordt nog afgewacht.
Vonnis BPOGA
Volgens het recente vonnis van de Bond Personeel Openbaar Groen en Afvalbeheer (BPOGA) is sprake van een rechtsgeldige dienstbetrekking tussen de Staat Suriname en de betrokken werknemers, die allen lid zijn van de bond. De Staat is veroordeeld om bij wijze van voorschot aan iedere werknemer een bedrag van SRD 10.847 uit te betalen over de maand juli 2025, vermeerderd met een wettelijke rente van 6 procent per jaar vanaf 16 september 2025 tot aan de dag van volledige betaling.
Daarnaast moet de Staat de proceskosten voldoen, begroot op SRD 10.680, waaronder SRD 7.500 aan salaris voor de gemachtigden. Het meer of anders gevorderde is door de kantonrechter afgewezen. In het vonnis wordt ook vermeld dat de procesgemachtigde van de Staat tijdens de procedure heeft toegezegd dat het maandloon zou worden uitbetaald. Volgens de BPOGA is deze toezegging tot op heden niet nagekomen.
Namens de werknemers heeft advocaat Ghogli de minister van OWRO opnieuw gesommeerd om onverwijld tot betaling over te gaan en de dienstbetrekking feitelijk te effectueren door de werknemers in staat te stellen hun werkzaamheden te hervatten. De bond benadrukt dat haar leden bereid en beschikbaar zijn om te werken en dat het uitblijven daarvan uitsluitend te wijten is aan de werkgever. Indien niet aan het vonnis wordt voldaan, behouden de werknemers zich het recht voor om executiemaatregelen te treffen.