Hoewel Carolus Palata jaren geleden de rechtszaak tegen de Staat Suriname won, zegt hij dat het vonnis nog altijd niet volledig is uitgevoerd. Na 46 jaar leven met de gevolgen van een mishandeling die hij als jonge militair zou hebben ondergaan, heeft het Kabinet van de President de minister van Sociale Zaken en Volkshuisvesting inmiddels gevraagd om opheldering te geven over de stand van zaken rond de uitvoering van het vonnis.
Al 46 jaar leeft Palata met onophoudelijke pijn. Geen dag, geen uur en geen seconde, zegt hij, is hij vrij geweest van de gevolgen van een mishandeling die hij als 21-jarige militair tijdens zijn diensttijd zou hebben ondergaan. Ondanks een gewonnen rechtszaak wacht hij naar eigen zeggen nog steeds op de volledige uitvoering van het vonnis.
Volgens Palata vond het incident plaats nadat hij samen met andere militairen terugkeerde naar de stad na het afronden van de opleiding tot geoefend soldaat. Onderweg speelde hij Christelijke liederen op zijn mondharmonica. Twee sergeanten vroegen hem een Kawina lied te spelen. Toen hij aangaf dat hij dat niet kon, sloeg de sfeer volgens hem abrupt om.
“Een sergeant stond op en schopte me in mijn gezicht. Mijn neus begon te bloeden. Daarna bleef hij me trappen. Er kwam bloed uit mijn oor. Hangend aan de bagagedrager voor steun trapten ze op mijn rug. Ik voelde mijn benen niet meer en mijn hele lichaam werd koud.”
Het incident zou zich hebben afgespeeld in ter hoogte van Wit Santi. Palata dacht op dat moment dat hij nooit meer zou kunnen lopen.
Uit schaamte zweeg hij aanvankelijk. Pas toen zijn oom in Moengo merkte dat hij hevige pijn had, kwam het verhaal naar buiten. Nadat hij weer op moest en weer oefeningen moest doen zakte Palata in elkaar en werd hij naar een arts gebracht. Uiteindelijk werd hij doorverwezen naar een neurochirurg.
Volgens Palata bleek uit onderzoek dat hij ernstige verwondingen had opgelopen. Hij onderging meerdere operaties. Een tweede operatie mislukte volgens hem, waarna hem werd verteld dat hij mogelijk niet meer zou kunnen lopen.
“Ik ging als een sterke, gezonde jongeman het leger in. Ik kwam eruit als een invalide man. Tot vandaag leef ik met pijn. Het voelt alsof er voortdurend een pot kokend water op mijn rug staat. Dat gevoel gaat nooit weg.”
Met ondersteuning van de toenmslige Sergeant Roy Horb begon Palata een rechtszaak tegen de Staat Suriname. De rechter stelde hem uiteindelijk in het gelijk. Volgens hem werd bepaald dat hij levenslang verzorgd zou worden, recht had op vrije geneeskundige behandeling en een woning zou krijgen. Daarnaast werd een dwangsom opgelegd zolang het vonnis niet volledig werd uitgevoerd.
Palata zegt dat de Staat hem inmiddels iets meer dan SRD 900.000 heeft uitbetaald, uit het bedrag van bijkans SRD 3 miljoen. Volgens hem is de dwangsom onder de regering-Santokhi stopgezet, waardoor het verschuldigde bedrag niet verder oploopt. Met een advocaat probeert hij alsnog de volledige uitvoering van het vonnis af te dwingen.
Inmiddels heeft de zaak opnieuw de aandacht van het Kabinet van de President. In een brief aan minister van Sociale Zaken en Volkshuisvesting Diana Pokie heeft het Kabinet de minister gevraagd om binnen een redelijke termijn verslag uit te brengen over de uitvoering van het vonnis in de zaak Carolus Palata tegen de Staat Suriname.
Aanleiding daarvoor is een schrijven van Palata van 22 oktober 2025, waarin hij aangeeft dat het vonnis nog steeds niet volledig is uitgevoerd. Het Kabinet verwijst daarbij naar een brief van 16 januari 2013 van de toenmalige president, waarin het ministerie van Sociale Zaken en Volkshuisvesting al werd verzocht uitvoering te geven aan het vonnis, omdat het verschuldigde bedrag rechtmatig aan Palata toekomt.
De brief is ondertekend door Francisca van Ommeren, directeur Bestuurlijke en Administratieve Aangelegenheden van het Kabinet van de President. Een afschrift is verzonden aan Palata en de Chief of Staff van het Kabinet van de President.
Na 46 jaar leven met pijn hoopt Palata dat de Staat eindelijk volledig uitvoering zal geven aan het rechterlijk vonnis en daarmee een langlopende kwestie tot een einde brengt.