“Mama ik ga geen dertig worden”
Wat Judith Muntslag-Scholtzberg niet had gehoopt, is haar overkomen. Hoorbaar overrompeld van verdriet staat ze het interview af. De stem van Judith klinkt uitermate zacht, dat ze haast onverstaanbaar overkomt.
Ze was pas achttien jaar toen haar ouderlijk huis in vlammen opging. Maar terwijl ze probeerde te begrijpen hoe haar wereld in één klap kon instorten, ontstond er een andere strijd in haar: de twijfel of God wel echt bestond. Haar moeder had hard gewerkt, het gezin bad elke dag en toch waren ze alles kwijt. Waarom bidden als je uiteindelijk alsnog alles kunt verliezen? Het was de pijnlijke vraag waarmee Tasmara Pique na de brand worstelde. Een ervaring die haar niet alleen haar thuis kostte, maar ook haar geloof op de proef stelde.
‘Waarom moeten we dan nog bidden?’
Tasmara was op school toen ze naar het kantoor werd geroepen. Ze wilde niet zomaar naar huis gaan; eerst moest ze weten wat er aan de hand was. In haar hoofd schoten allerlei vragen door elkaar. Was er iets met haar moeder gebeurd? Waren haar broertjes of zusjes iets overkomen? Pas toen ze hoorde dat het huis mogelijk was afgebrand, begon ze te beseffen dat er iets verschrikkelijks was gebeurd. De brand liet haar achter met verdriet, verwarring en boosheid. Toen haar moeder voorstelde om te bidden, kon Tasmara daar op dat moment weinig mee. Ze begreep het niet. Ze waren toch mensen die elke dag baden? Haar moeder werkte hard om voor het gezin te zorgen. Waarom overkwam hun dit dan?
Het was een periode waarin haar geloof wankelde. Ze stelde vragen waarop ze niet direct een antwoord had en moest haar eigen weg vinden door het verdriet. Met de tijd en gesprekken veranderde er iets in haar kijk op wat ze had meegemaakt. De boosheid verdween niet zomaar, maar ze begon anders naar haar geloof en haar omstandigheden te kijken.
Als oudste van vier kinderen voelde Tasmara dat ze sterk moest zijn. Haar jongere broertjes en zusjes hadden haar nodig, maar ook zij was een meisje dat haar thuis, haar vertrouwde omgeving en alles wat daarbij hoorde, was kwijtgeraakt. Ook zij had iemand nodig bij wie ze haar verdriet kwijt kon. Na de brand kwamen de kinderen op verschillende plekken terecht. Volgens Tasmara heeft dat gevolgen gehad voor de manier waarop ze als gezin samen zijn opgegroeid en hoe hecht de onderlinge band kon blijven. Een brand verwoest immers niet alleen een woning. De gevolgen kunnen nog lang doorwerken in het leven van de mensen die erdoor worden getroffen. Misschien is dat ook de reden waarom ze vandaag de dag zo geraakt wordt wanneer ze beelden ziet van mensen die hun huis door brand verliezen. Vooral wanneer omstanders staan te filmen, terwijl ze volgens haar ook zouden kunnen helpen. Ze vraagt zich dan af wat er zou gebeuren als mensen hun bijdrage zouden leveren, al was het maar met een klein geldbedrag. Samen zou je een getroffen gezin misschien weer een begin kunnen geven.
Ook wanneer ze hoort dat mensen brandweerlieden lui noemen, raakt dat haar. Ze weet uit eigen ervaring hoeveel verdriet en machteloosheid een brand achterlaat en hoe belangrijk het is dat mensen in zulke omstandigheden hulp krijgen.
Tasmara groeide op in de Toekomstweg, waar ze tot haar 26ste woonde. Haar moeder was streng en vond onderwijs belangrijk. Ze bezocht de Elisabethschool en bracht haar jeugd niet uitsluitend op straat door. Haar moeder stimuleerde haar om zich te ontwikkelen en actief te zijn. Toch kwam haar ambitie om jongeren te vertegenwoordigen vooral vanuit haarzelf. Toen ze zich verdiepte in het werk van het parlement en de jeugdambassadeurs, wist ze dat ze daar deel van wilde uitmaken. Ze besloot zich kandidaat te stellen voor het Jeugdparlement, ook al kreeg ze te horen dat ze zonder een groep achter zich weinig kans maakte. Maar Tasmara liet zich niet tegenhouden. Haar moeder hielp haar met het printen van campagnemateriaal en ze ging zelfstandig de uitdaging aan. Ze werd uiteindelijk lid van de districtsjeugdraad. Daarmee begon een periode waarin ze zich op verschillende manieren inzette voor jongeren. Ze was onder meer betrokken bij het werk rond de Sustainable Development Goals (SDG’s) en werd in 2013 Caricom Youth Ambassador, samen met Franky Koffie.
Een van de ervaringen die haar bijzonder zijn bijgebleven, is het project waarbij schoolbenodigdheden werden uitgedeeld aan kinderen die dat hard nodig hadden. Dat gebeurde twee jaar achter elkaar. Voor Tasmara was het meer dan het uitdelen van schooltassen en spullen. Het was een manier om kinderen een steuntje in de rug te geven en hen te laten merken dat er mensen zijn die aan hen denken. Ook de anti-discriminatieloop hielp ze mee vernieuwen. Daarbij ging het haar niet alleen om het aantal deelnemers, maar vooral om de kwaliteit van de activiteit en het gedrag van de mensen die meededen. Een evenement hoefde voor haar niet groter te zijn om meer betekenis te hebben. Een ander bijzonder initiatief was de ontwikkeling van een brailleboek over het Jeugdparlement, de jeugdambassadeurs en het Nationaal Jeugdinstituut. Daarmee konden blinde en slechtziende kinderen de informatie zelf lezen. Ook zij moesten toegang hebben tot kennis over jongerenparticipatie en de mogelijkheden om mee te doen. Tasmara kijkt met voldoening terug op die periode. Ze ziet dat jongeren zich nog steeds inzetten, maar heeft het gevoel dat ze tegenwoordig minder projecten voorbij ziet komen dan in haar eigen actieve jaren. Tegelijkertijd beseft ze dat de tijd verandert en dat jongeren vandaag andere mogelijkheden en manieren hebben om zich te organiseren.
Hoewel ze een studie Internationale Betrekkingen volgde aan ADEK, rondde ze die opleiding af met een bachelordiploma. Dat betekende voor haar echter niet dat haar ontwikkeling stilviel. Ze bleef cursussen volgen en ervaring opdoen, onder meer via vrijwilligerswerk bij het Rode Kruis, gemeenschapswerk en projecten tijdens de coronaperiode. Ook deed ze promotiewerk voor Parbo. Inmiddels werkt ze bij de Surinaamse Brouwerij. Naast haar werk neemt sport een belangrijke plaats in haar leven in. Tijdens de coronaperiode begon ze met hardloopuitdagingen. Wat begon als een manier om actief te blijven, groeide uit tot een vaste gewoonte. Ze gaat inmiddels vijf dagen per week naar de sportschool en doet daarnaast twee dagen per week aan CrossFit. Ook haar ambities zijn niet verdwenen. Ze wil verder studeren en denkt aan een masteropleiding, mogelijk in Business Administration, bij voorkeur buiten Suriname.
Wie Tasmara hoort vertellen, merkt dat haar leven niet uitsluitend draait om wat ze heeft bereikt. Ook de momenten waarop ze het moeilijk had, hebben haar gevormd. Ze weet hoe het voelt om verdrietig te zijn, om teleurgesteld te raken en om te denken dat je iets niet zult overleven. Na een gebroken hart dacht ze bijvoorbeeld dat ze niet meer zou kunnen leven of ademen zonder die persoon. Toch kwam er een moment waarop ze besefte dat ze nog steeds leefde en ademhaalde. Het verdriet was echt, maar het was niet het einde van haar verhaal. Ze probeert zichzelf daarom niet met anderen te vergelijken. Mensen laten vaak hun mooiste kanten zien, terwijl niemand precies weet welke problemen zich achter gesloten deuren afspelen. Iedereen heeft moeilijke dagen, ook zij. Voor haar betekent positief blijven niet dat alles altijd goed gaat, maar dat je jezelf niet volledig laat bepalen door wat tegenzit. Respect voor anderen vindt ze belangrijk, al heeft ze ook geleerd dat mensen niet altijd op dezelfde manier denken of handelen. Wie anderen behandelt zoals die zelf behandeld wil worden, kan teleurgesteld raken wanneer de verwachtingen niet overeenkomen.
Toch blijft ze vasthouden aan haar levensmotto: ‘Het komt altijd goed, zolang je dat wilt. Jij moet ernaartoe werken.’ Het is geen belofte dat het leven je verdriet zal besparen. Tasmara weet inmiddels dat sommige gebeurtenissen je wereld op zijn kop kunnen zetten en vragen kunnen oproepen waarop je niet meteen een antwoord hebt. Maar ze gelooft dat je, ondanks alles, stappen kunt blijven zetten. Want hoe donker het op een bepaald moment ook lijkt, volgens haar blijft één ding belangrijk: het gaat nooit altijd donker blijven.