Papa Touwtjie krijgt plek in Surinaamse geschiedschrijving door bijzonder afstudeeronderzoek
Zijn muziek was jarenlang te horen in de volksbuurten, maar achter de soms controversiële teksten van Papa Touwtjie ging meer schuil dan alleen entertainment. De Surinaamse artiest verwoordde met zijn muziek ook de armoede, maatschappelijke ongelijkheid en politieke onvrede waarmee een deel van de samenleving te maken had. Purcy Landveld heeft die maatschappelijke betekenis onderzocht in zijn afstudeeronderzoek aan het Instituut voor de Opleiding van Leraren (IOL).
Landveld, afkomstig uit de volksbuurt Sophiaslust, wijdde zijn afstudeeronderzoek voor de opleiding MO-B Geschiedenis aan het leven en de muziek van Johan Eduard Touwslager, beter bekend als Papa Touwtjie.
Het onderzoek draagt de titel Een kort sociaal-historisch onderzoek naar het leven van Papa Touwtjie in de periode 1991–2005. Daarin onderzoekt Landveld hoe de muziek van de artiest een weerspiegeling vormde van de maatschappelijke, politieke en economische ontwikkelingen in Suriname.
Wat het onderzoek bijzonder maakt, is dat de geschiedenis niet uitsluitend vanuit traditionele historische bronnen wordt benaderd. Populaire muziek wordt juist gebruikt om inzicht te krijgen in de ervaringen en leefwereld van gewone burgers, met bijzondere aandacht voor mensen uit de volksbuurten.
Van controversieel imago naar maatschappelijke stem
De belangstelling van Landveld voor Papa Touwtjie heeft ook een persoonlijke achtergrond. Als jongen uit Sophiaslust mocht hij vanwege het grove taalgebruik en het imago van de artiest niet naar diens muziek luisteren. Toch deed hij dat stiekem. Ook in de bussen van en naar school was de muziek van Papa Touwtjie regelmatig te horen.
Die herinneringen vormden later mede de aanleiding om te onderzoeken waarom zijn muziek zoveel herkenning opriep en welke maatschappelijke boodschap daarachter schuilging.
Volgens het onderzoek wist Papa Touwtjie met zijn gebruik van Sranantongo, reggae, dancehall, rap en straatpoëzie nauw aan te sluiten bij de leefwereld van zijn publiek. Zijn teksten gingen onder meer over armoede, honger, ontoereikende lonen, sociale ongelijkheid en politieke verantwoordelijkheid.
Drie liederen onder de loep
Het tweede hoofdstuk van het onderzoek vormt de kern van de studie. Daarin analyseert Landveld drie bekende liederen: Poti Sma, Stem Adjen en Sonten. De nummers worden geplaatst tegen de achtergrond van drie regeringsperioden: de eerste regering-Venetiaan (1991–1996), de regering-Wijdenbosch (1996–2000) en de tweede regering-Venetiaan (2000–2005).
In Poti Sma, dat in 1992 verscheen, staat de moeilijke economische situatie centraal. Hoge inflatie en verlies aan koopkracht troffen vooral kwetsbare huishoudens en jongeren. Naast kritiek op de omstandigheden klinkt in het lied ook een oproep tot nationale eenheid, solidariteit en hoop.
Met Stem Adjen richtte Papa Touwtjie zich op politieke verantwoordelijkheid en maatschappelijke onvrede. Het lied roept burgers op hun stem te laten horen en politieke leiders ter verantwoording te roepen. Ook de achterstelling van volksbuurten, lage lonen en het wantrouwen tegenover het staatsgezag komen aan bod.
Een andere kant van de artiest komt naar voren in Sonten. Daarin staan veerkracht, geloof, geduld en volharding centraal. Het lied laat volgens de onderzoeker zien dat Papa Touwtjie niet uitsluitend maatschappelijke kritiek uitte, maar mensen ook bemoediging en levenswijsheid meegaf.
Meer dan een populaire artiest
Uit de analyse concludeert Landveld dat de muziek van Papa Touwtjie in belangrijke mate kan worden beschouwd als een vorm van sociaal protest. Zijn liederen boden een stem aan groepen die in officiële historische documenten niet altijd even duidelijk aan het woord komen.
De onderzoeker trekt daarbij ook een vergelijking met de Jamaicaanse reggaelegende Bob Marley. Net als Marley gebruikte Papa Touwtjie muziek om maatschappelijke kritiek en sociale ongelijkheid bespreekbaar te maken. Daarbij ontwikkelde hij een eigen Surinaamse stijl, sterk verbonden met de taal en leefwereld van zijn publiek.
Landveld vindt dat de historische betekenis van Surinaamse artiesten meer aandacht verdient. Hij pleit onder meer voor het verzamelen en digitaliseren van oude geluidsopnamen, liedteksten, foto’s en interviews. Ook zou Surinaamse muziekgeschiedenis volgens hem een plaats moeten krijgen binnen het geschiedenisonderwijs en het kunst- en cultuuronderwijs.
Met zijn afstudeeronderzoek wil Landveld een artiest die vaak vanuit zijn imago werd beoordeeld, ook vanuit een historisch en maatschappelijk perspectief belichten.
De muziek van Papa Touwtjie blijkt daarmee niet alleen een herinnering aan een populaire artiest, maar ook een tijdsdocument dat inzicht geeft in de zorgen, verwachtingen en strijd van een deel van de Surinaamse samenleving.