Coalitieonderhandelingen: Dit zijn de ministeries die naar ABOP gaan
Met het oog op de coalitievorming voor de periode 2025–2030 zijn er nieuwe details bekendgemaakt over de verdeling van ministeries en sleutelposities binnen de regering.
De leiding van het ministerie van Binnenlandse Zaken is officieel overgedragen aan de nieuwe minister Marinus Bee. De overdracht vond plaats in aanwezigheid van ex-vicepresident Ronnie Brunswijk, partijstructuren van de ABOP en het personeel van het ministerie. Bee volgt Delano Landvreugd op, die de functie zeven maanden heeft bekleed.
Tijdens zijn toespraak benadrukte Abop-voorzitter, Brunswijk, het belang van samenwerking en continuïteit. “Het is de derde keer dat ik jullie toespreek. We hebben een nieuwe minister. U weet het, elke vijf jaar komen er veranderingen, maar sommige ministers blijven zelfs langer dan vijf jaar,” aldus Brunswijk.
De ex-vicepresident gaf aan dat politieke keuzes soms leiden tot personele wisselingen, maar benadrukte dat er geen sprake zal zijn van willekeurige ontslagen. “De minister komt weliswaar van de partij, maar dat betekent niet dat we mensen gaan wegsturen. Als u uw werk naar behoren doet, hoeft u nergens voor te vrezen,” zei Brunswijk. “In mijn vorige functie als vicepresident heb ik geen enkel personeelslid van het regeringsgebouw bedankt. Ik heb met iedereen samengewerkt.”
Brunswijk sprak zijn vertrouwen uit in de nieuwe minister: “Zoals ik Bee ken, zal hij met iedereen samenwerken. Behalve met diegenen die bewust zullen dwarsliggen. We doen niet aan lippen snellerrij.”
Minister Marinus Bee werd feestelijk begeleid door de ABOP-structuren naar zijn nieuwe kantoor. Het personeel van Binnenlandse Zaken had zich ook opgesteld voor een warm welkom. Bee is geen onbekende binnen de politiek en binnen de partij, en Brunswijk sprak de verwachting uit dat hij stabiliteit en daadkracht zal brengen in zijn nieuwe functie.
De ABOP-voorzitter sloot af door te benadrukken dat zijn partij verantwoordelijkheid neemt waar zij ministeriële posten bekleedt, en dat de samenwerking met het personeel essentieel blijft. “We gaan samen verder aan het werk. Politiek mag niet in de weg staan van goed bestuur,” aldus Brunswijk.