Ambtenaren vragen duidelijkheid over uitbetaling gratificatie na nieuwe regeling
Er is onduidelijkheid ontstaan onder ambtenaren over de uitvoering van de nieuwe gratificatieregeling voor jubilarissen en gepensioneerde overheidsdienaren.
Ambtenaren die vanaf 1 september 2026 met pensioen gaan, mogen door de invoering van de nieuwe bezoldigingsreeksen niet met een lager pensioen uitkomen dan een collega die vóór die datum in dezelfde functie en met hetzelfde aantal pensioengeldige dienstjaren met pensioen is gegaan.
Dat staat in de resolutie van 8 september 2026 waarin de regering nieuwe bezoldigingsreeksen per beroepsgroep vaststelt. De nieuwe reeksen gelden met terugwerkende kracht vanaf 1 september en omvatten voor landsdienaren en gelijkgestelden een bezoldigingsverhoging van 15 procent.
De pensioenbepaling is bedoeld om te voorkomen dat het moment waarop iemand met pensioen gaat, leidt tot een onredelijk verschil in pensioenuitkering. De resolutie spreekt in dat verband over een mogelijk “pensioengat” en “pensioendiscriminatie”.
Het Pensioenfonds Suriname krijgt de taak om de pensioenuitkering vast te stellen. Daarbij moet rekening worden gehouden met de bestaande regels uit het Besluit Aanpassing Pensioenuitkeringen 2014. Wanneer de Raad van Toezicht van het Pensioenfonds vaststelt dat uitsluitend door het moment van pensionering een onredelijk verschil ontstaat, moet een voorziening worden getroffen.
De bepaling betekent niet dat iedere bestaande gepensioneerde automatisch de nieuwe 15 procent loonstijging ontvangt. De resolutie koppelt deze specifieke garantie aan landsdienaren en gelijkgestelden die vanaf de inwerkingtreding van de nieuwe bezoldigingsreeksen uit overheidsdienst met pensioen gaan.
De regering heeft de nieuwe loonreeksen per 1 september vastgesteld. De uitbetaling van de nieuwe bezoldigingen moet volgens de resolutie eind september 2026 plaatsvinden.