Het directoraat Arbeidsinspectie zet een nieuwe stap in de versterking van het toezicht op de arbeidswetgeving. Minister André Misiekaba en onderminister Raj Jadnanansing van Volksgezondheid, Welzijn en Arbeid (VWA) gaven vrijdag officieel het startsein voor de Basisopleiding tot Junior Arbeidsinspecteur. De eenjarige opleiding begint op maandag 13 juli.
Aan de opleiding nemen negentien aspirant-arbeidsinspecteurs deel: vijf mannen en veertien vrouwen. Zij worden gedurende een jaar voorbereid op hun toekomstige taak als toezichthouder op de naleving van de arbeidswetgeving en het bevorderen van veilige, gezonde en menswaardige arbeidsomstandigheden.
Tijdens de kick-off benadrukten de bewindslieden het belang van een deskundige, onafhankelijke en integere Arbeidsinspectie. Volgens hen spelen arbeidsinspecteurs een belangrijke rol bij de bescherming van werknemers tegen uitbuiting en het waarborgen van veilige werkomstandigheden.
Ook inspecteur-generaal Rowan Noredjo stond stil bij de uitdagingen binnen de Arbeidsinspectie. Hij wees erop dat de vorige basisopleiding pas in 2022 van start ging, nadat dertien jaar lang geen nieuwe opleiding was georganiseerd. Daardoor is een kloof ontstaan tussen ervaren inspecteurs en aspiranten, die nog niet zelfstandig mogen optreden en afhankelijk zijn van begeleiding.
Volgens Noredjo wachten sommige aspiranten al één tot drie jaar op de opleiding, vooral door een gebrek aan financiële middelen. Daarnaast kampt de Arbeidsinspectie met een tekort aan gekwalificeerd personeel. Hij pleitte daarom voor modernisering van de arbeidswetgeving, waaronder hogere boetes voor overtredingen en het opnemen van overtredingen rond uitzendbureaus en de minimumloonwet in de boetelijst. Volgens hem zijn deze maatregelen nodig om de Arbeidsinspectie haar toezichthoudende en handhavende taken effectief te laten uitvoeren.