De Nederlandse minister-president Rob Jetten ontving woensdag 7 oktober vertegenwoordigers van de Marrongemeenschappen van Suriname voor een gesprek over de opvolging van de Nederlandse excuses voor het slavernijverleden.
Volgens de officiële agenda van de Rijksoverheid stond centraal hoe verder invulling kan worden gegeven aan de excuses die de Nederlandse regering heeft aangeboden voor het slavernijverleden.
De Marrons zijn afstammelingen van tot slaaf gemaakten die wisten te ontsnappen aan de slavernij en in het binnenland van Suriname eigen gemeenschappen opbouwden. Hun geschiedenis is nauw verbonden met de Nederlandse koloniale geschiedenis.
Het gesprek komt op een moment waarop de Nederlandse regering nadrukkelijk spreekt over ‘actie na de komma’.
Tijdens de Nationale Herdenking van het Slavernijverleden op 1 juli zei Jetten dat de verwachtingen die na de excuses waren ontstaan, nog niet volledig zijn waargemaakt. Volgens hem moet het proces van heling en herstel beter en sneller.
Hij wees daarbij onder meer op de noodzaak om de doorwerking van het slavernijverleden op sociaal-economisch gebied en op het gebied van gezondheid te erkennen en aan te pakken. Ook noemde hij meer bewustwording en het tegengaan van racisme en discriminatie als onderdelen van de verdere aanpak.
Jetten benadrukte toen dat dit alleen gezamenlijk kan gebeuren: met grassrootsorganisaties, deskundigen uit de zwarte gemeenschap, de landen van het Koninkrijk, Suriname en vertegenwoordigers van de verschillende groepen die betrokken zijn bij het slavernijverleden.
“De andere 364 dagen handelen we,” stelde de premier tijdens zijn toespraak op 1 juli.
Daarmee krijgt het gesprek met de Marronvertegenwoordigers van vandaag een bredere betekenis. Niet alleen het historische verhaal staat centraal, maar ook de vraag wat de Nederlandse excuses concreet moeten betekenen voor de gemeenschappen die rechtstreeks verbonden zijn met dat verleden.
De Nederlandse regering bood op 19 december 2022 excuses aan voor het slavernijverleden. Voormalig premier Mark Rutte sprak destijds over een komma en geen punt.