Achttien praktijklokalen voor Brokopondo
Met de oplevering van achttien volledig uitgeruste praktijklokalen is het gloednieuwe Praktijkcentrum Brokopondo officieel in gebruik genomen.
Terwijl in Nickerie examenklassen worden ondersteund met motivatiesessies, extra begeleiding en gerichte voorbereiding op de landelijke examens, staat in delen van Brokopondo het onderwijs letterlijk stil. Door aanhoudende wateroverlast zijn schoolterreinen en klaslokalen al wekenlang onbruikbaar. Waar elders sprake is van afronding, herhaling en voorbereiding, is hier sprake van onderbreking en verlies van onderwijstijd.
Dit contrast is pijnlijk zichtbaar, zeker nu het land zich opmaakt voor een landelijk examen dat voor alle leerlingen dezelfde norm hanteert. In Nickerie wordt gewerkt binnen een functionerend schoolsysteem dat leerlingen actief voorbereidt op dat moment. Er is structuur, continuïteit en institutionele aandacht voor de eindfase van het schooljaar.
In Brokopondo ontbreekt op dit moment juist dat fundament. Niet door een gebrek aan inzet van leerlingen of leerkrachten, maar door omstandigheden die zich structureel herhalen en telkens opnieuw leiden tot verlies van lestijd. Wanneer klaslokalen onder water staan en scholen niet normaal toegankelijk zijn, wordt onderwijs geen vanzelfsprekend proces, maar een voortdurende poging om de continuïteit te behouden.
Het is verleidelijk om dit te zien als een logistiek probleem of een gevolg van het regenseizoen. Maar die benadering is te beperkt. Wanneer dezelfde problemen zich herhaaldelijk voordoen en telkens opnieuw leiden tot weken onderwijsverlies in dezelfde regio’s, wordt het een vraagstuk van prioriteit, beleidsaandacht en gelijke behandeling binnen het nationale onderwijssysteem.
De kernvraag is eenvoudig, maar ongemakkelijk: hoe kan een land een uniform examen afnemen van leerlingen die aantoonbaar niet onder uniforme omstandigheden zijn voorbereid?
Want terwijl in Nickerie motivatie en examenvoorbereiding centraal staan, wordt in Brokopondo eerst gestreden voor iets fundamentelers: toegang tot het klaslokaal zelf. Dat verschil vertaalt zich onvermijdelijk in kansen, prestaties en toekomstperspectieven.
Voor kinderen in het binnenland, waar veel Marrongemeenschappen wonen, wordt onderwijs daarmee niet alleen beïnvloed door afstand en infrastructuur, maar ook door een patroon waarin structurele problemen trager worden aangepakt en minder zichtbaar lijken binnen de beleidspraktijk. Of dat intentioneel is of niet, doet voor de uitkomst weinig ter zake: het resultaat is een ongelijk speelveld.
En precies daar wringt het binnen het nationale onderwijsbeleid. Want een landelijk examen suggereert gelijkheid, maar gelijkheid begint niet bij de toets. Het begint bij gelijke onderwijstijd, gelijke toegang tot leslokalen en gelijke bescherming van het leerproces — ook wanneer het regent, ook wanneer omstandigheden moeilijk zijn, en vooral daar waar het systeem het minst robuust is.
Zolang dat niet wordt gegarandeerd, blijft het landelijke examen niet alleen een toets voor leerlingen, maar ook een stille toets voor het onderwijssysteem zelf.
Ingezonden door:
Kenrich Cairo