Een democratische rechtsstaat wordt niet alleen gekenmerkt door verkiezingen en diplomatie, maar vooral door de gebondenheid van de overheid aan de Grondwet. Juist wanneer het gaat om het grondgebied van de Republiek Suriname, behoort de constitutionele norm het vertrekpunt van iedere politieke en juridische beslissing te zijn.
De maatschappelijke discussie over het voorgenomen grensprotocol tussen de Republiek Suriname en de Franse Republiek is tot nu toe voornamelijk gevoerd vanuit diplomatiek en politiek perspectief. Opvallend afwezig is echter een diepgaande constitutionele analyse. Dat is opmerkelijk, omdat de Surinaamse Grondwet zelf duidelijke uitgangspunten formuleert over de territoriale integriteit van de Staat. De preambule van de Grondwet laat daarover geen misverstand bestaan. Het Surinaamse volk verklaart plechtig vastbesloten te zijn de nationale soevereiniteit, zelfstandigheid en integriteit te verdedigen en te beschermen. Deze woorden vormen niet slechts een politieke wens, maar drukken de fundamentele constitutionele waarden uit waarop de Republiek rust.
Nog explicieter is artikel 2 van de Grondwet.Lid 1 bepaalt:
“Suriname omvat het grondgebied op het Zuid-Amerikaanse continent dat als zodanig historisch is bepaald.”
Deze bepaling verdient bijzondere aandacht. De grondwetgever heeft niet gekozen voor een formulering waarin het grondgebied uitsluitend wordt omschreven aan de hand van bestaande internationale verdragen of administratieve grenzen. De verwijzing naar het grondgebied “zoals historisch bepaald” onderstreept dat de territoriale identiteit van Suriname een constitutionele status bezit.
Nog ingrijpender is artikel 2, lid 2:
“De Staat vervreemdt geen grondgebied of soevereiniteitsrechten die hij daarover uitoefent.”
Vanuit staatsrechtelijk perspectief betreft dit een norm van uitzonderlijke betekenis. De bepaling bevat geen voorbehoud, geen uitzonderingsgrond en geen delegatiemogelijkheid. De formulering is absoluut. Dat roept een fundamentele rechtsvraag op: welke constitutionele ruimte heeft de uitvoerende macht om internationale afspraken te maken indien die gevolgen kunnen hebben voor grondgebied of de uitoefening van soevereiniteitsrechten?
Deze vraag is des te relevanter omdat artikel 2, lid 3 bepaalt dat de uitgestrektheid van de territoriale wateren en de rechten op het continentale plateau en de economische zone bij wet worden vastgesteld. De Grondwet wijst daarmee nadrukkelijk een rol toe aan de formele wetgever. Het internationaal recht biedt staten vanzelfsprekend ruimte om grensgeschillen vreedzaam op te lossen. Tegelijkertijd geldt een even fundamenteel beginsel: staten behoren hun internationale verplichtingen aan te gaan overeenkomstig hun eigen constitutionele regels. De legitimiteit van een verdrag wordt daarom niet uitsluitend bepaald door internationale onderhandelingen, maar ook door de mate waarin het nationale constitutionele kader wordt gerespecteerd.
Juist daarom verdient het voorgenomen grensprotocol een open en diepgaand constitutioneel debat. Dat debat is bovendien geen aangelegenheid van uitsluitend de bewoners van het grensgebied of van de Marrongemeenschappen. Het grondgebied waarop artikel 2 betrekking heeft, behoort toe aan de Republiek Suriname als geheel. De bescherming van de territoriale integriteit is daarom een verantwoordelijkheid van iedere Surinamer.
De betrokkenheid van de Marrongemeenschappen kent echter een bijzondere dimensie. Hun traditionele woon- en leefgebieden bevinden zich in het gebied waarop de discussie betrekking heeft. Daarnaast heeft de Surinaamse Staat zich te verhouden tot internationale mensenrechtennormen en de jurisprudentie van het Inter-Amerikaanse Hof voor de Rechten van de Mens inzake de bescherming van de rechten van tribale volken. Ook om die reden is een zorgvuldige juridische beoordeling onmisbaar.
Wat in deze discussie vooral opvalt, is de relatieve stilte vanuit de Surinaamse rechtswetenschap.
Waar zijn de constitutionele analyses van de faculteiten rechten? Waar zijn de publicaties van staatsrechtgeleerden? Waar zijn de beschouwingen van hoogleraren internationaal recht, voormalige rechters, advocaten en andere juristen die dagelijks de betekenis van de Grondwet duiden?
Juist wanneer fundamentele constitutionele bepalingen mogelijk worden geraakt, behoort de juridische gemeenschap haar onafhankelijke stem te laten horen. Niet om politieke standpunten in te nemen, maar om de rechtsstaat te dienen. Constitutionele stilte kan immers de indruk wekken dat er geen rechtsvragen bestaan, terwijl juist het tegenovergestelde het geval lijkt.
De vraag die voorligt is uiteindelijk geen politieke, maar een juridische vraag: Is het voorgenomen grensprotocol volledig verenigbaar met artikel 2 van de Grondwet van de Republiek Suriname, in het bijzonder met het verbod voor de Staat om grondgebied of soevereiniteitsrechten te vervreemden? Zolang die vraag niet overtuigend en openbaar is beantwoord, blijft een wezenlijk onderdeel van het constitutionele debat onvoltooid.
Een democratische rechtsstaat wordt immers niet alleen beschermd door politici, maar evenzeer door onafhankelijke juristen die bereid zijn de Grondwet kritisch te lezen, haar betekenis uit te leggen en, waar nodig, publiekelijk te verdedigen.
Misschien is dat wel de belangrijkste opdracht die dit grensprotocol aan de Surinaamse juridische gemeenschap stelt.
Ingezonden door: Bezorgde burger
Redactienoot voor ingezonden stukken:
De redactie van De Snelle Pen biedt ruimte aan ingezonden stukken om diversiteit aan meningen en perspectieven te stimuleren. Ingezonden opinies vertegenwoordigen de visie van de auteur en niet noodzakelijk die van de redactie. De redactie behoudt zich het recht voor om bijdragen te redigeren op taal, lengte en duidelijkheid, zonder de essentie van het betoog aan te passen. Anonieme inzendingen worden niet geplaatst. Bij voorkeur ontvangen wij stukken van maximaal 600 woorden.