SVJ uit bezorgdheid in openbrief
De Surinaamse Vereniging van Journalisten (SVJ) erkent dat persvrijheid en vrije meningsuiting, zoals gegarandeerd in de grondwet, volop worden benut.
Suriname kent wettelijke garanties voor mensenrechten en vrijheid van meningsuiting. Maar tussen wat er op papier staat en wat burgers en organisaties in de praktijk ervaren, gaapt volgens verschillende betrokkenen nog altijd een duidelijke kloof.
Dat beeld kwam naar voren tijdens een tweedaags bezoek van vertegenwoordigers van de Inter-Amerikaanse Commissie voor de Rechten van de Mens (IACHR) aan Suriname. Journalisten en maatschappelijke organisaties kregen daarbij de gelegenheid om rechtstreeks hun ervaringen, knelpunten en zorgen te delen. Dat meldt de Surinaamse Vereniging van Journalisten in een persbericht. Het bezoek vond donderdag en vrijdag plaats op uitnodiging van de Surinaamse Vereniging van Journalisten (SVJ). Onder anderen Pedro Vaca Villarreal, speciaal rapporteur voor de vrijheid van meningsuiting van de IACHR, en mensenrechtenspecialist Daniel Corredor Llorente namen deel aan de gesprekken. De verzamelde informatie wordt meegenomen in een landenrapport over Suriname.
Tijdens gesprekken met ongeveer 25 journalisten kwamen niet alleen de omstandigheden waaronder journalisten werken aan de orde. Ook het recht van burgers om informatie te zoeken, te ontvangen en te verspreiden werd besproken.
Daarmee werd de discussie over persvrijheid breder getrokken: het gaat niet uitsluitend om de ruimte die journalisten krijgen, maar ook om de vraag of burgers daadwerkelijk toegang hebben tot informatie en hun stem kunnen laten horen.
Wetgeving bestaat, uitvoering blijft achter Tijdens de tweede dag spraken maatschappelijke organisaties met de IACHR. Een terugkerend punt was de afstand tussen rechten die in de Grondwet en andere wetgeving zijn vastgelegd en de uitvoering daarvan.
Organisaties wezen onder meer op discriminatie, ongelijkheid, vooroordelen, gebrekkige uitvoeringsmechanismen en een gebrek aan transparantie. Ook werd gesproken over de positie van organisaties die voor bepaalde activiteiten afhankelijk zijn van overheidssubsidies. Volgens deelnemers kan die afhankelijkheid problematisch worden wanneer organisaties tegelijkertijd kritisch zijn op het overheidsbeleid. Er werden ervaringen gedeeld waarbij kritiek volgens betrokkenen niet wordt gewaardeerd en financiële ondersteuning mogelijk wordt beïnvloed door politieke verhoudingen.
De IACHR-vertegenwoordigers benadrukten volgens het verslag dat organisaties en journalisten incidenten systematisch moeten vastleggen. Correspondentie, overheidsbesluiten en andere documenten kunnen helpen om individuele gevallen te onderbouwen en uiteindelijk terugkerende patronen zichtbaar te maken. Dat is een belangrijk signaal. Want wanneer rechten formeel bestaan, maar burgers niet weten waar zij terechtkunnen of geen effectieve mogelijkheid zien om schendingen aan te kaarten, blijft de bescherming van die rechten beperkt tot papier. De IACHR zal de verzamelde informatie verwerken in een rapport over Suriname. Daarmee ligt er nu vooral een vraag voor de overheid én de samenleving: wat gebeurt er wanneer de bevindingen straks op papier staan?