Voor Danny Wajacabo (45) en zijn vrouw, Nalle Hymantidai, (32) was het een dag die hun leven voor altijd zou veranderen. Niet door vreugde, maar door een ondraaglijk verlies. Wat begon als een avond vol hoop, eindigde in rouw, een tragisch verhaal dat het schrijnend tekort aan adequate medische voorzieningen in het binnenland blootlegt. Na jaren van verlangen, gebeden en doktersbezoeken was het begin 2025 eindelijk raak. “We hadden alles geprobeerd, maar telkens kregen we slecht nieuws. En toen… eindelijk een positieve zwangerschapstest. We waren zó dankbaar. Het voelde alsof God ons eindelijk verhoord had.” Zijn vrouw was inmiddels zeven maanden zwanger – hun eerste kindje.
“De mensen die mij kennen, weten het: mijn vrouw en ik zitten al een tijd zonder werk. We horen bij de velen uit Apoera en omgeving die hun baan verloren hebben door de situatie bij Greenheart. Maar niets kon ons voorbereiden op wat 25 juli ons zou brengen,” vertelt Danny met brekende stem.
Op die bewuste avond begon zijn vrouw lichte pijn te voelen. “We dachten niet meteen aan een bevalling. Ze was immers nog net zeven maanden zwanger. Maar tegen elf uur werd de pijn te veel, en besloten we met spoed naar de poli te gaan.” Wat volgde, ging razendsnel. De dokter was nog onderweg van Apoera naar Washabo. Zonder medische begeleiding beviel zijn vrouw – veel te vroeg – van hun kindje. Een jongetje.
De baby ademde. Er was hoop.
Toen de arts eindelijk arriveerde, volgde een snelle controle. De baby moest dringend overgebracht worden naar Nickerie — de poli beschikte niet over een couveuse. De enige manier? Een ambulanceboot. Maar die viel onder een andere instantie, en die gaf midden in de nacht geen toestemming om uit te varen. “Ze wilden het risico niet nemen. Dus bleef onze zoon, veel te vroeg geboren, de hele nacht zonder couveuse. Alleen met een zuurstoftoestel.”
De volgende ochtend liep uit op een nieuw drama. De sleutel van de tractor die de boot naar de rivier moest brengen, was zoek. “De chauffeur was buiten het gebied gaan jagen. De tijd tikte door. Pas tegen zes uur ’s ochtends kon de boot vertrekken.” Rond acht uur kwamen ze in Apoera aan. De baby werd in een couveuse geplaatst in de ambulance.
Maar het was te laat. “Twaalf tot zestien uur na zijn geboorte lag hij pas in het ziekenhuisbed. En toen kregen we het te horen: ‘Uw kindje gaat het niet halen. Hij heeft te lang buiten een couveuse gelegen.’”
Danny’s stem stokt. Zijn ogen spreken wat woorden niet kunnen. Verdriet. Machteloosheid. Boosheid, maar niet op personen. Op het systeem.
“Ik wil niemand de schuld geven. Maar dit is de harde realiteit van het binnenland. Waarom is er nog steeds geen couveuse in Washabo? Waarom moeten mensen in levensbedreigende situaties afhankelijk zijn van boten, sleutels, goedkeuringen, en benzineprijzen van SRD 70 per liter?”
Kosten
De kosten om een ambulanceboot te laten varen zijn fors: 160 liter benzine, vier flessen mengolie — samen goed voor SRD 13.050. Voor mensen zonder inkomen is dat haast onbereikbaar. “Voor medische zorg worden we bijna altijd naar Nickerie of Paramaribo verwezen. Alsof ons leven hier minder telt.”
Zijn pleidooi is oprecht en dringend. “Politici komen en gaan. Ze beloven, maar het verandert niets. Waar blijft de weg tussen Nickerie en Apoera? Waar zijn de leiders voor wie wij hebben gestemd? Waarom is basale gezondheidszorg nog steeds een luxe in het binnenland?”
Het verdriet van Danny en zijn vrouw is groot, maar hij deelt hun verhaal met een doel: verandering. “Onze zoon was ons wondertje. We hebben hem verloren, maar als zijn verhaal ertoe leidt dat er wél iets verandert voor andere ouders, dan is zijn korte leven niet voor niets geweest.”