Voormalig hoofdinspecteur en voorlichter Dropathie Ramkhelawan overleden
Het Korps Politie Suriname (KPS) rouwt om het heengaan van mevrouw Dropathie Ramkhelawan, voormalig hoofdinspecteur van politie en voorlichter van het korps.
Wie met gewezen hoofdinspecteur John Jones (74) praat, merkt al snel dat de politie voor hem veel meer was dan een baan. Het korps vormde zijn tweede thuis, een plek waar discipline, respect en dienstbaarheid centraal stonden. Na 41 dienstjaren kijkt hij met voldoening terug op zijn loopbaan, maar ook met zorgen over de ontwikkelingen die hij de afgelopen jaren heeft gezien. “Een politieman word je niet alleen door een uniform aan te trekken. Het begint met je houding. Je bent er om de samenleving te dienen,” licht hij in een interview met De Snelle Pen toe.
Jones trad in de jaren ’70 in dienst bij het Korps Politie Suriname. Jaren daarna en wel in ’80 brak een periode waarin veel politiemensen naar Nederland waren vertrokken. Daardoor kampte het korps met een groot tekort aan personeel. “Er moesten veel nieuwe mensen worden aangenomen. Onze lichting bestond uit ongeveer veertig tot vijfenveertig recruten. Dat waren bewust kleine groepen, zodat de instructeurs iedereen goed konden begeleiden. Je kende iedere cursist persoonlijk.” Volgens hem lag de nadruk toen sterk op kwaliteit. “Van zo’n groep kwam uiteindelijk 75 tot 80 procent als goede politieman uit de opleiding. Er werd streng geselecteerd en streng opgeleid.” Die opleiding ging volgens hem veel verder dan schieten, wetten leren of processen-verbaal schrijven. “Je werd gevormd. Je leerde discipline, verantwoordelijkheid, respect en zelfbeheersing. Dat waren de fundamenten van het vak.”
Hoe respectvoller je bent als politieambtenaar, hoe groter de kans dat iemand naar je luistertJohn Jones
Tijdens zijn lange loopbaan werkte Jones op verschillende afdelingen binnen het korps. Hij diende onder meer bij de recherche, de straatdienst van Politie Centrum en vervulde later leidinggevende functies binnen de verkeersdienst. Hij was verantwoordelijk voor schoolobservaties, verkeersstatistieken en piketdiensten. Uiteindelijk werd hij hoofd van de afdeling Voorlichting. “Ik heb op veel plaatsen binnen het korps gewerkt. Daardoor leer je alle kanten van het politiewerk kennen.” Daarnaast speelde hij jarenlang een belangrijke rol in de opleiding van nieuwe politiemensen. Als docent gaf hij lessen in groepsdynamica en persoonlijke ontwikkeling. “Je leert jonge mensen hoe ze zich moeten gedragen. Niet alleen tegenover collega’s, maar vooral tegenover de samenleving.” Volgens Jones is respect één van de belangrijkste wapens waarover een politieman beschikt. “Het heeft geen zin om burgers uit te schelden of neer te halen. Ook iemand die een overtreding heeft begaan, verdient een correcte behandeling. Hoe respectvoller je bent als politieabtenaar, hoe groter de kans dat iemand naar je luistert.”
Hij vertelt dat respect vroeger vanzelfsprekend was, zowel binnen het korps als daarbuiten. “Wanneer een meerdere langsliep, nam je automatisch een correcte houding aan. Dat hoefde niemand te zeggen. Zo hoorde het gewoon.” Ook burgers hadden volgens hem veel ontzag voor de politie. “Als mensen vroeger een politieman zagen aankomen, veranderde hun houding direct. Er was gezag. Dat betekende niet dat mensen bang waren, maar dat ze respect hadden.” Die cultuur ziet hij tegenwoordig steeds minder terug.
Door personeelstekorten moesten veel mensen worden aangenomen. Soms ging kwantiteit boven kwaliteit. Dat heeft gevolgen gehadJohn Jones
“De gezagsverhoudingen zijn veranderd. Mensen accepteren minder snel gezag en binnen de samenleving zie je dat respect op meerdere terreinen is afgenomen.” Wat hem misschien nog wel het meest raakt, zijn politiemensen die zelf met justitie in aanraking komen. “Dat doet pijn. Als oud-politieman schaam je je wanneer collega’s worden aangehouden voor strafbare feiten. Dan krijg je in gezelschap ook opmerkingen naar je hoofd. Dat raakt je.” Jones vindt dat de oplossing begint bij de basisopleiding. “Daar moet de vorming plaatsvinden. Je moet niet alleen kennis overdragen, maar ook normen en waarden.” Hij vindt dat de politie opnieuw moet investeren in training, discipline en kwaliteitsbewaking. “We hadden vroeger veel surveillancediensten en buurtmanagers die zichtbaar aanwezig waren in de wijken. Dat had effect. Ook trainingen moeten voortdurend worden aangepast aan de tijd.” Volgens hem is er in bepaalde perioden te veel nadruk gelegd op aantallen. “Door personeelstekorten moesten veel mensen worden aangenomen. Soms ging kwantiteit boven kwaliteit. Dat heeft gevolgen gehad.”
Toch blijft Jones optimistisch. “Ik geloof dat het beter kan. Er werken nog steeds veel goede politiemensen die zich elke dag inzetten voor de samenleving.” Zelf kijkt hij met dankbaarheid terug op zijn carrière. Hij volgde diverse opleidingen en trainingen, ook in het buitenland, onder andere in Caracas. Hij leidde verkeersveiligheidscampagnes zoals de gordel- en niet bellen in het verkeer campagnes en gaf leiding aan verschillende voorlichtingsprojecten. “Ik heb veel mogen leren en veel mogen betekenen. Daar ben ik dankbaar voor.” Na ruim vier decennia in uniform is zijn liefde voor het korps nooit verdwenen. “Ik ben al jaren met pensioen, maar het korps blijft een deel van mijn leven. Ik hoop dat de politie weer het vertrouwen en het respect krijgt dat zij verdient. Dat begint bij de politieambtenaar zelf.”