Donderdag viert Robert Amstelveen zijn 60ste verjaardag. Tegelijk is het 39 jaar geleden dat hij als dienstplichtige werd opgeroepen om het Surinaamse leger te dienen. Bijna vier decennia na de binnenlandse oorlog staan de herinneringen aan die roerige periode nog altijd scherp in zijn geheugen. “Ik was 20 jaar toen ik mijn oproep kreeg. Na drie oproepen kreeg ik een rode stempel en moest ik in dienst treden,” vertelt Amstelveen. Op 3 juli 1985 werd hij officieel opgeroepen en een week later werd hij gestationeerd in Albina.
Binnenlandse Oorlog
Nog geen jaar later brak de binnenlandse oorlog uit. In de vroege ochtend van 21 juli 1986 werd de rust in Albina ruw verstoord. Nadat militairen bij Stolkertsijver waren gegijzeld, werd de kazerne in Albina aangevallen. “Toen de alarmbel afging, wisten we dat het menens was. Er werd direct op de wacht geschoten.
Wij hebben onder de Surinaamse vlag gevochten en ons land verdedigdVeteraan Robert Amstelveen
Vanaf dat moment begon het gevecht. Wij waren getrainde militairen en moesten terugschieten om de kazerne te verdedigen. Dat was voor mij het begin van de binnenlandse oorlog.”Ook de maanden daarna bleven gevaarlijk. Op 3 september 1986 werden de kazerne en het gebouw van de Militaire Politie gebombardeerd. Volgens Amstelveen waren daarbij ook huurlingen betrokken. Hij werd daarna naar verschillende kazernes uitgezonden om zijn militaire taken voort te zetten.
Niet gewaardeerd
Hoewel hij de oorlog van dichtbij meemaakte, zegt Amstelveen dat de waardering voor de ex-militairen nog altijd tekortschiet.”Er wordt vaak gezegd dat wij onder Desi Bouterse hebben gevochten, maar dat is niet waar. Wij hebben onder de Surinaamse vlag gevochten en ons land verdedigd.” Na jarenlang aandringen door de Vereniging van Veteranen en Ex-militairen ontvangen voormalige militairen maandelijks een financiële tegemoetkoming. Volgens Amstelveen is die echter niet meer toereikend.

“Wie nog kan werken krijgt SRD 1.000 per maand en wie niet meer kan werken SRD 1.800. Met de huidige prijzen is dat bedrag achterhaald. Je kunt er nauwelijks de basisbehoeften van betalen.” Amstelveen verliet in 1991 uit onvrede de militaire dienst. Daarna werkte hij in de bouw en later als tuinman binnen het onderwijs. Ondanks zijn loopbaan buiten Defensie blijft hij zich als bestuurslid van de vereniging inzetten voor betere voorzieningen voor ex-militairen. Met zijn verhaal neemt Amstelveen de samenleving mee terug naar een van de meest bewogen periodes uit de Surinaamse geschiedenis. Bijna veertig jaar na de eerste schoten in Albina hoopt hij dat de inzet en offers van de militairen die tijdens de binnenlandse oorlog hun plicht vervulden, blijvende erkenning krijgen.