Voormalig president Ronald Venetiaan overleden
Voormalig president van de Republiek Suriname, Runaldo Ronald Venetiaan, is vandaag vredig overleden in zijn woning aan de Dieterstraat in Paramaribo.
Terwijl president Jenny Simons, ambassadeurs, vicepresident en ex-vice president en voormalige coalitiepartners binnendruppelen, zit weduwe Liesbeth Venetiaan met haar kinderen en kleinkinderen op de voorste rij in de St Petrus en Paulus Kathedrale Basiliek. Op de voorzijde zitten ook kopstukken van de Nationale Partij Suriname (NPS), onder wie partijvoorzitter en vicepresident Gregory Rusland, en DNA-leden Dorothy Hoever en Ivanildo Plein, leden van de partij die Venetiaan drie keer tot president heeft gemaakt.
Het is dinsdagmiddag, rond half twee, het tijdstip waarop belangstellenden afscheid kunnen nemen van het lichaam van oud-president Runaldo Ronald Venetiaan. Zijn lichaam ligt opgebaard in de Basiliek, beter bekend als de Kathedraal. Venetiaan, door velen liefkozend “Vene” of “El Vene” genoemd, krijgt zijn laatste eerbetoon van hoogwaardigheidsbekleders, familie en vrienden. Van de top van het land tot de kleine man.
Maar over de NPS wordt niet gesproken. Niet door vrienden, niet door de nichtjes van Venetiaan, en ook niet door zijn kinderen of kleinkinderen. Er is geen toespraak geweest van de partijvoorzitter of een prominent lid. Slechts enkele NPS’ers, op één hand te tellen, zwaaien met hun vlaggen wanneer het lichaam naar buiten wordt gedragen.
Het bazuinkoor met drum speelt zachte deuntjes, die later aanzwellen en de sfeer verhogen. Buiten tussen de groene vlaggen van de partij wappert ook een Surinaamse vlag. Liesbeth Venetiaan loopt, samen met haar dochter, uit de Basiliek richting het wachtende voertuig. Rusland staat op, zichtbaar geraakt, maar met gemengde gevoelens. Wanneer het lichaam de kerk verlaat, klinkt de dyen dyen: din don, din don. De klanken begeleiden het lichaam, gedragen door dragers in spiet wit, die dansen op het ritme een laatste eerbetoon aan de man die decennialang symbool stond voor rust, discipline en waardigheid in de Surinaamse politiek.
Binnen in de Basiliek heerst een geladen rust. Terwijl de aanwezigen condoleren en hun zitplaats opzoeken, klinkt “Killing Me Softly” door de baselic. De klanken vullen de ruimte intens, terwijl tientallen bloemstukken de kerk sieren wit, geel en groen, een zee van kleur en geur rond de bruine kist met crèmekleurige bekleding. Bezoekers komen binnen, groeten kort en verlaten daarna weer stil de kerk. De familie heeft immers gekozen voor een besloten crematie. Alleen de naaste familie blijft gaat naar het crematorium.
Roy Shyamnarain brengt een eerbetoon aan Venetiaans politieke en staatskundige nalatenschap. Zijn stem klinkt vast, maar breekt af en toe onder de emotie. “Op 16 september 1991 legde Ronald Venetiaan zijn eerste eed af als president van Suriname,” zegt hij. “Hij nam niet zomaar een land over, maar een land dat verscheurd was door bloedige gebeurtenissen. Een land waarvan de economie vastgelopen was, dat getekend was door dictatuur en angst. Hij bracht rust waar onrust heerste, vertrouwen waar wanhoop was, en gaf het land opnieuw waardigheid.”
Na bigi fu watra da winti e djoji mi bro en bro mi krakti. Ondro den e hro mi krakti. Na sref ten mi saka go. Pe watra ai a saka go na luktu. A sa tyari fri. De woorden dwarrelen door de ruimte, alsof zelfs de muren luisteren
Herinneringen van familie: Namens de nichten en neven spreken Ruth Sanajong en Jane Smith. “Iedereen was het erover eens dat oom een bijzonder mens was,” zegt Ruth.“We herinneren ons de vragen die hij altijd stelde over onze schoolopleiding. We zien onszelf nog zitten op het terras aan de Dieterstraat, waar we bijlessen kregen.
Oudste kleinkind: Als eerste kleinkind heb ik 29 jaar met mijn grootvader gedeeld. Hij was democratisch en onpartijdig. We mochten vrij Sranantongo spreken. Hij legde altijd uit waarom hij in een bepaalde situatie een bepaalde keuze maakte. Voor al die herinneringen zijn we hem dankbaar.”
Dan spreekt zijn zoon: “Hij gaf ons altijd steun. Wie hem van dichtbij heeft meegemaakt, weet dat je nooit bang hoefde te zijn. Door zijn drukke werkzaamheden waren we vaak met mama, maar vader had de gave om in korte tijd veel te leren. Als je hem iets vroeg, luisterde hij, maar hij wilde dat je het zelf uitzocht.” De broer verwoord wat dochter Shanti meegaf. “Pa gaf me twee keer een duwtje in de rug bij mijn studie.” De broer vervolgt: ” Na de coup van 1980 was hij zes maanden thuis. We maakten ons zorgen over de onrust in het land. Ik wilde eigenlijk niet dat mijn vader president werd, maar voor Suriname ben ik blij dat hij drie termijnen president en drie keer minister van Onderwijs is geweest. Als het volk iets van hem kan leren, is het dit: niets komt vanzelf. Yu mus wroko gi pe yu wan doro. Yu mus sjoga.”De woorden vullen de Basiliek met warmte. Er wordt geluisterd en geknikt.
Monseigneur Karel Choennie leidt het kerkelijk ritueel. Esteban Kross ondersteund — het licht van eeuwige rust. Dan zingt Sandra Hoodhoop: “Mijn Jezus, ik hou van U.” Haar stem snijdt zuiver door de stilte..
De weduwe, kinderen en kleinkinderen verzamelen zich rondom de kist. Hun handen rusten op het hout, alsof ze hem nog één keer willen vasthouden. Terwijl de deksel langzaam wordt gesloten, klinkt uit volle borst: “We sa de bleyti noiti moro, wi sa plati.” De zoon en kleinkinderen tillen samen de kist op, ondersteund door enkele dragers.
Buiten wachten enkele mensen. De aanwezigen zingen “Teki brudu teki watra wasi mi, so wan lobi mi no sabi.” De padvindsters staan in houding terwijl de klokken luiden — din don, din don. Voor de laatste keer klinkt het eerbetoon. Suriname neemt afscheid van El Vene. . Den dyen dyen e loy wan laaste lesi voor El Vene. Hij vertrekt zoals hij leefde: waardig en stil richting Hennep crematorium aan de Dr. Sophie Redmondstraat. Den Dyen e loy wan laaste leysi gi ‘El Vene’