Het is iets na elven, een warme ochtend, vandaag in Paramaribo. De zon komt net op en werpt een zachte gloed over het terras van Wolly’s, gelegen aan de altijd drukke Jaggernath Lachmonstraat. We zitten aan een metalen tafeltje, met uitzicht op het voorbijrazende verkeer. Auto’s razen voorbij, brommers brommen luid en af en toe klinkt er een scherp getoeter. Zorg en Hoop leeft — alsof niets stilstaat.
Interview
Maar tegenover me zit Aleema Arias (25), en zij weet als geen ander hoe het voelt als het leven wél stilvalt. Niet voor een moment, maar steeds opnieuw.
Ik weet nog dat ik heel verdrietig was.Aleema Arias
“Ik ben eigenlijk altijd al een kindje geweest dat last had van mijn buik,” begint ze, terwijl haar ogen de interviewer volgen, alsof ze zoekt naar een herinnering. “Maar rond m’n tiende begon het echt op te vallen. De pijn in mijn buik werd heviger. En op een gegeven moment kon ik nauwelijks nog lopen door de pijn in m’n voeten.”
Wat begon als vage klachten werd al snel iets dat haar dagelijks leven begon te beheersen. “Mijn ouders zagen dat het niet zomaar iets was. Het ging niet over. En ik kreeg steeds vaker moeite met eten. Je ziet je kind wegglijden, en je kan niks doen. Dat moet vreselijk zijn geweest voor mijn ouders.”
Opname
In 2010 wordt ze voor het eerst opgenomen in het ziekenhuis. Ze is dan tien jaar oud.
“Ik weet nog dat ik heel verdrietig was. Ik snapte niet waarom dit mij overkwam. Ik had pijn, en ik was gewoon… uitgeput.”
Er volgen meer opnames: 2011, 2014. Het patroon lijkt onverbiddelijk. “Om de twee jaar lag ik weer in het ziekenhuis. Gelukkig kwam er daarna een periode van remissie, waarin het iets beter ging. Minder klachten, meer ademruimte. Maar de angst bleef altijd op de achtergrond.”Het is rond deze tijd dat ze hoort wat er werkelijk aan de hand is: de ziekte van Crohn, een chronische ontsteking van het darmstelsel die grillig en onvoorspelbaar is.
De ziekte van Crohn is een chronische ontstekingsziekte van het spijsverteringskanaal. De ontstekingen kunnen overal optreden — van mond tot anus — maar komen meestal voor in de dunne en dikke darm. Mensen met Crohn hebben vaak last van buikpijn, diarree, vermoeidheid en gewichtsverlies. De ziekte verloopt in opvlammingen en rustige periodes en is niet te genezen, maar wel te behandelen met medicijnen, voeding en soms chirurgie. Het is een onzichtbare maar ingrijpende aandoening die het dagelijks leven sterk kan beïnvloeden.
School
Terwijl buiten een brommer luid optrekt en even alle stemmen overstemt, vertelt Aleema over de impact op haar schooltijd. “Ik had het geluk dat ik slim was,” zegt ze met een kleine glimlach. “Op de basisschool kon ik makkelijk meekomen, ook al was ik vaak ziek. Maar op de Mulo werd het lastiger. Meer vakken, meer stress… én een lijf dat niet meewerkte.”
Ze herinnert zich nog goed hoe ze zich voelde tijdens een reguliere toetsweek. “Ik had vier repetities op één dag. Ik dacht echt: hoe ga ik dit doen? Mijn hoofd was troebel, mijn buik deed pijn, en dan krijg je een 2 voor aardrijkskunde, terwijl je daar normaal een 8 voor haalt. Dat deed pijn. Niet alleen lichamelijk — ook in mijn trots.”
Maar opgeven? Dat zat er niet in.
“Ik moest wel leren om mijn mond open te doen. Om leerkrachten om hulp te vragen. Dat was moeilijk, want ik ben van nature best teruggetrokken. Maar ik heb het toch gedaan. En ik ben trots dat ik elke keer ben overgegaan.”
Open
Vandaag, op dit zonovergoten terras tussen het verkeer in Paramaribo, deelt Aleema openhartig haar verhaal. Niet om medelijden op te wekken — integendeel. “Ik wil juist laten zien dat je met Crohn nog steeds iemand bent. Niet alleen een patiënt. Maar een vechter. Een vrouw. Iemand met dromen.” Ze is doende haar studie Psychologie aan de Anton de Kom universiteit af te ronden. Ze is bezig met het schrijven van de thesis. Na haar Bachelor te hebben behaald, wil ze verder gaan met een Masterstudie.
Ze lacht en straalt, terwijl in de verte opnieuw een auto toetert. “De wereld raast door,” zegt ze. “Maar ik heb geleerd om stil te staan. Om te luisteren naar mijn lichaam. En om mezelf, ondanks alles, niet kwijt te raken.”