Voor jongeren die liever met hun handen leren, dreigt een belangrijke route te verdwijnen. Niet ieder kind leert op dezelfde manier. De één vindt zijn weg in boeken en theorie, de ander ontdekt zijn talent pas wanneer hij iets kan maken, repareren of bouwen. Juist voor die laatste groep vragen onderwijsbonden opnieuw aandacht. Vertegenwoordigers van FOLS, BLTO en BvL/ALS spraken vrijdag met president Jennifer Simons over de problemen binnen het beroepsonderwijs. Eén punt kwam daarbij duidelijk naar voren: de LBO B-richting moet terug.
De B-richting werd in oktober 2025 stopgezet. Volgens BLTO-voorzitter Jennifer Ballo heeft dat gevolgen voor leerlingen die vooral praktisch zijn ingesteld en zich willen ontwikkelen binnen een ambacht. “Het B-niveau is onze ambachtsgroep”, zegt Ballo. Een leerling met een LBO B-diploma kon volgens haar aan het werk, maar hield ook de mogelijkheid om via de avondschool verder te studeren.
Niet minder slim, maar anders
Ballo benadrukt dat de vroegere A-, B- en C-richtingen niet bedoeld waren als een verdeling tussen slimme en minder slimme kinderen. Het verschil zat vooral in de manier waarop leerlingen leerden. Het C-niveau was meer gericht op cognitieve ontwikkeling en algemeen vormend onderwijs. Het B-niveau richtte zich meer op praktische vaardigheden en het ambacht. Volgens de bonden is het belangrijk dat die verschillende leerwegen opnieuw worden bekeken.
Het huidige P, het praktische onderwijs, biedt jongeren de mogelijkheid om in korte tijd een vak te leren. Maar volgens Ballo schuilt daarin ook een risico: jongeren kunnen al vroeg kiezen voor een inkomen, terwijl hun mogelijkheden om later door te leren kleiner worden. “Wij willen kinderen zo lang mogelijk op school houden”, zegt zij. “Suriname heeft niet alleen handlangers nodig, maar vooral vakdeskundigen.”
Terug naar vierjarig LBO
De discussie gaat daarom verder dan alleen de B-richting. De bonden willen ook het voormalige vierjarige LBO-systeem opnieuw tegen het licht houden. Niet noodzakelijk om het verleden simpelweg terug te brengen, maar om te bekijken welke onderdelen opnieuw kunnen werken voor de leerlingen van nu. President Simons heeft volgens Ballo aangegeven dat er op korte termijn een gesprek met de minister van Onderwijs moet komen. De bonden wachten dat gesprek af, maar hebben hun inzet al duidelijk gemaakt: meer ruimte voor leerlingen die leren door te doen, zonder dat zij daardoor hun kans op verdere scholing verliezen.
Want een vak leren hoeft volgens hen niet het einde van een schoolloopbaan te betekenen. Het kan juist het begin zijn van een beroep, verdere opleiding en zelfstandigheid.