‘Ik wacht al 43 dagen op onderzoek’: Donovan Amafo trekt opnieuw aan de bel
Donovan Amafo wacht naar eigen zeggen inmiddels 43 dagen op duidelijkheid van de procureur-generaal (PG) over een door hem gevraagd strafrechtelijk onderzoek.
Donovan Amafo stelt vraagtekens bij de voorbereidingstijd die hem is geboden in het kort geding dat advocaat Rani Sohansingh tegen hem heeft aangespannen. Volgens Amafo kreeg hij op 30 september het verzoekschrift met producties en moet hij zich op 8 oktober schriftelijk verweren, waarbij de rechter uitdrukkelijk heeft bepaald dat dit “zonder uitstel” moet gebeuren.
Amafo zegt dat het dossier ongeveer 60 pagina’s omvat. “En binnen vijf werkdagen, zes werkdagen, moet ik reageren op een dossier met een omvang van 60 pagina’s,” stelt hij. Volgens hem bestaat een deel van het dossier uit producties die in zeer kleine letters zijn afgedrukt.
“Twintig van die pagina’s hebben een lettergrootte van acht,” zegt Amafo. Volgens hem gaat het daarbij om producties aan het einde van het dossier. Hij vindt dat de omvang en de wijze waarop een deel van het materiaal is aangeleverd, het bestuderen ervan bemoeilijken.
“Je moet gaan studeren om dan te reageren. Het is niet gebruikelijk,” aldus Amafo.
Uit de oproepbeschikking van 23 september 2026 blijkt dat het verzoekschrift met producties uiterlijk op 30 september om 18.00 uur aan Amafo en/of zijn gemachtigde moest worden betekend. De eerste behandeling staat gepland voor donderdag 8 oktober om 08.30 uur bij de Griffie der Kantongerechten Civiel.
De kantonrechter heeft daarbij bepaald dat de gedaagde op die datum schriftelijk moet concluderen voor antwoord, “zonder uitstel”. De rechter verwijst in de beschikking naar het gestelde spoedeisende belang van de zaak.
Amafo vraagt zich af hoe redelijk het is om een omvangrijk dossier binnen een dergelijke korte periode volledig te bestuderen en inhoudelijk te beantwoorden.
“Het is een dossier. Je moet gaan studeren om dan te reageren,” herhaalt hij. Volgens Amafo gaat het bovendien niet uitsluitend om het aantal pagina’s, maar ook om de inhoud van de producties en de wijze waarop daarin naar andere zaken en jurisprudentie wordt verwezen.
Hij benadrukt dat hij niet alleen naar de omvang van het dossier kijkt, maar ook naar de inhoudelijke verschillen tussen de aangehaalde zaken. “En dat klopt niet. Dat van Cairo en dingen gaat over andere zaken,” stelt Amafo.
De kortgedingzaak houdt verband met een eerder juridisch geschil waarin Amafo aangifte deed tegen advocaat Sohansingh wegens een vermoeden van valsheid in geschrifte. Het Openbaar Ministerie bevestigde op 15 september dat de betreffende stukken voor nader onderzoek waren doorgestuurd naar de politie. Dat betekent echter niet dat de beschuldigingen tegen Sohansingh zijn bewezen.
Amafo heeft zich eerder publiekelijk over de kwestie uitgesproken en benadrukt dat hij zich niet laat afschrikken door het aangekondigde kort geding. “Het recht moet zegevieren,” zei hij eerder.
De nieuwe vraag die Amafo opwerpt, is of een partij in een kort geding voldoende gelegenheid krijgt om een omvangrijk dossier, inclusief producties, zorgvuldig te bestuderen wanneer de rechter bepaalt dat zonder uitstel moet worden geconcludeerd.