De familie van Clifton J., ook bekend als Keppie, uit in een verklaring ernstige zorgen over de manier waarop de strafzaak tegen hem wordt gevoerd. Clifton J. is één van de verdachten in de zaak waarin een vliegtuig is begraven en waarin ook onder meer de naam van Bordo ‘money hond’ voorkomt.
Volgens de familie was Clifton J. in Europa toen het onderzoek werd heropend. Zij stellen dat er in Suriname een opsporing van hem gelast was door autoriteiten , en dat hij later door Interpol werd gezocht, waarna hij in voorarrest heeft doorgebracht. Intussen zit hij langer dan twee jaar in detentie. De familie noemt het verloop van de zaak “politiek beïnvloed” en zegt dat de verdachte wordt “gedwongen” om in hoger beroep te gaan. Zij spreken van “vertragingstactieken”. Ook verwijst de familie naar eerdere rechtszaken waar verdachten zijn vrijgesproken, omdat er geen scheikundig rapport aanwezig was. Ze vragen zich af waarom Clifton J blijft aangehouden, terwijl er geen scheikundigrapoort is waaruit zou moeten bijken dat het om drugs gaat.
De familie benadrukt dat er in de zaak geen drugs zijn aangetroffen en dat Clifton J. volgens hen voor vier feiten is vrijgesproken. Toch zou hij betrokken raken in een dossier dat gebaseerd is op informatie uit een ander onderzoek. “Getuigen kennen Bordo, maar niet Clifton. Hij was in Nederland toen opsporingshandelingen begonnen,” zegt Gerda J., die namens de familie spreekt.
De familie wijst erop dat twee andere verdachten, eerder door de rechter-commissaris op vrije voeten zijn gesteld en later zijn vrijgesproken, terwijl in het dossier volgens hen aanwijzingen bestaan over hun rol bij het begraven van het vliegtuig. “Hoe kan het dat zij vrij zijn en Clifton niet? Hij is first offender,” stelt de familie. Zij spreken van “ongelijke behandeling” en “klassejustitie”.
Daarnaast maken zij zich zorgen om de gezondheidstoestand van Clifton J. Hij onderging eerder een operatie waarbij zijn darmen werden beschadigd en heeft daardoor een speciaal dieet en dagelijkse medicatie nodig. De familie stelt dat ondanks medische verklaringen, Clifton is overgeplaatst van het cellenhuis met ziekenboeg in Boma naar Duisburg, wat volgens hen riskant is voor zijn gezondheid. Ook zou hem een kijkoperatie zijn voorgesteld, die hij uit angst weigert.
Volgens de familie heeft Clifton in Nederland en Suriname meerdere medische rapporten overhandigd. Zij geven aan dat hij zichzelf vrijwillig bij de politie heeft gemeld toen hij naar Suriname terugkeerde.
De familie zegt dat de rechter tijdens het voorlezen van het vonnis zou hebben aangegeven dat de verdachte maar in hoger beroep moet gaan als hij het niet eens is met de uitspraak. Clifton J. kreeg uiteindelijk zes jaar gevangenisstraf, ondanks meerdere vrijspraken op andere onderdelen.
De familie vraagt om een eerlijk proces, zonder politieke druk, en zegt dat zij de zaak nauwlettend blijft volgen.