Geerlings-Simons ontvangt ambtsketen als eerste vrouwelijke president
Jennifer Geerlings-Simons is op dinsdag 16 juli 2025 officieel geïnstalleerd als president van de Republiek Suriname.
De afgelopen dagen werd Suriname overspoeld door spot, memes en kleinerende reacties op de kleding van president Jennifer Geerlings-Simons en op een onschuldig “ongelukje” waarbij champagneglazen omvielen. Wat op het eerste gezicht lijkt op luchtig amusement, zegt in werkelijkheid veel meer over ons collectief psychologisch functioneren dan over de president of de ober, die net als ieder mens een foutje maakte.
Dit fenomeen is niet nieuw, niet uniek en al helemaal niet oppervlakkig. Het is een signaal. Een sociaalpsychologisch symptoom dat een volwassen analyse verdient.
Waarom richten we ons op ‘kleine dingen’? De psychologische verklaring:
Uit meerdere studies blijkt dat wanneer mensen collectieve spanning ervaren – bijvoorbeeld economisch, politiek of sociaal – zij een neiging ontwikkelen zich vast te grijpen aan kleine, veilige onderwerpen die weinig denkbelasting vergen. Recente onderzoeken tonen aan dat groepen dan uitwijken naar “low-stakes criticism” (Rand & Epstein, 2023), omdat dit veiliger aanvoelt dan het voeren van complexe discussies over beleid, verantwoordelijkheid of nationale uitdagingen.
Het structureel bespotten van kleding, mimiek of een klein incident vraagt geen kennis, geen nuance, geen moed.
Het is een psychologisch ontsnappingsventiel. Maar de focus op het kleinschalige, wat we ook kunnen noemen onbelangrijk of onbeduidend gedoe, heeft een keerzijde. Het laat zien dat we moeite hebben om de complexe realiteit onder ogen te zien.
De koloniale echo in ons denken
Wat vooral opvalt, is dat delen van onze samenleving, vooral vrouwen, strenger, harder en meedogenlozer oordelen over onze eigen Surinaamse leiders dan over buitenlandse leiders. Daarin schuilt een patroon dat ook in psychologisch onderzoek wordt beschreven: “internalized colonial bias”. Dat is het verschijnsel waarbij een samenleving de waardestandaarden van de vroegere kolonisator blijft gebruiken om zichzelf te beoordelen (Helms, 2020; Siddi, 2023).
Het resultaat?
Buitenlandse leiders worden geprezen.
Onze eigen leiders worden bekeken door een bril van minachting, onzekerheid en soms zelfs schaamte.
Vergelijkingen met landen als Jamaica, Barbados en Zuid-Afrika laten hetzelfde patroon zien:
Wanneer deze landen publiekelijk vrouwelijke leiders bekritiseren om hun kledingleeftijd of uiterlijk, blijkt uit onderzoek dat het vaak gaat om diepere onzekerheden over nationale identiteit en postkoloniale positionering (Adisa et al., 2022). In Suriname zien we precies dat patroon terugkeren.
Waarom spot over vrouwelijke leiders extra schadelijk is:
Vrouwelijke leiders in postkoloniale staten krijgen wereldwijd een harder oordeel over hun uiterlijk dan mannelijke leiders. Recente analyses van “Gendered media treatment” (Smith, 2021) tonen aan dat vrouwelijke leiders: vaker op hun kleding worden beoordeeld, vaker worden gelinkt aan persoonlijke incidenten in plaats van beleid, sneller negatief worden beoordeeld bij politieke onenigheid.
Het raakt drie factoren:
Postkoloniale zelftwijfel
Collectieve onzekerheid over nationale identiteit
In die zin gaat het debat niet over jurken, niet over een omgevallen glas, maar over de psyché van de mens. Met name het denken en de gevoelens die ons gedrag sturen.
Waarom het pijn doet? Door onze eigen spiegel
We vierden recent 50 jaar Srefidensi, maar soms lijkt het alsof we de woorden van Dobru zijn vergeten die in de binnenstad te lezen waren:
“Wan bong, someni wiwiri.”
De woorden van Dobru herinneren ons eraan dat een natie sterker wordt wanneer haar mensen zich gedragen als één boom: verschillend, maar verbonden. Vandaag de dag lijkt het erop dat sommigen liever bladeren zijn die elkaar laten vallen zodra de wind draait. We zijn nog te vaak een volk dat zichzelf via standaarden van buitenaf meet.
Dat is geen satire. Dat is een identiteitsprobleem. Deze conclusies zijn niet gebaseerd op persoonlijke voorkeur of politieke positie, maar op goed gedocumenteerde psychologische mechanismen. Recente studies naar collectieve stress, internalized colonialism en nationale identiteit (Petersen & Aaroe, 2023; Sarmiento et al., 2022; Leach et al., 2020) laten zien dat samenlevingen zoals de onze geneigd zijn frustraties af te reageren op zichtbare leiders, Westerse normen te idealiseren en moeite te hebben met het beschermen van eigen nationale symbolen. De reacties op president Geerlings-Simons passen precies in deze patronen.
Vergelijking met andere landen
Barbados: Premier Mia Mottley ontvangt wereldwijd lof, maar ook zij werd in eigen land aangevallen op haar uiterlijk toen zij pas aantrad. Sociologen beschreven het fenomeen als “postcolonial insecurity response” (Bishop, 2022).
Ghana: President Mahama kreeg jarenlang kritiek op haar kleding en lichaamstaal. Onderzoek wees uit dat dit rechtstreeks samenhing met economische stress en gebrek aan vertrouwen in instituties (Kwarteng, 2021).
Nieuw-Zeeland: Jacinda Ardern werd wereldwijd geprezen, maar in eigen land belachelijk gemaakt om haar kleding en stemgeluid. Politieke psychologen noemden het “identity displacement behavior” (West, 2021).
Suriname is dus niet uniek, maar eveneens niet immuun. Het gevaar van blijven hangen in oppervlakkigheid
Wanneer een samenleving haar energie richt op onbelangrijke details: verzwakt men het politiek debat, wordt de aandacht van inhoud afgeleid, neemt manipulatie door sociale media toe, wordt het nationaal zelfvertrouwen ondermijnd. Een land dat bezig is met spot, maakt geen ruimte voor groei. Als klinisch psycholoog zeg ik niet dat kritiek verboden is. Integendeel, volwassen samenlevingen floreren op krachtige, inhoudelijke kritiek.
Maar onderzoek toont al jaren dat groepen onder druk hun spanning afreageren op doelwitten die sociaal veilig zijn om te bekritiseren (Baumeister et al., 2001). Recente studies tijdens en na de COVID-19-periode laten hetzelfde zien: wanneer stress hoog is, verschuift frustratie naar symbolische figuren, zoals leiders, beroemdheden of publieke functionarissen (Frye & Osborne, 2023).
Maar als wij onze leiders reduceren tot memes, outfits en omgevallen glazen, dan reduceren wij vooral onszelf. Het is tijd voor mentale volwassenheid. Suriname staat op een belangrijk kruispunt.
We kunnen blijven steken in oppervlakkigheid, verdeeldheid en koloniale reflexen. Of we kunnen kiezen voor: nationale waardigheid volwassen dialoog gezonde kritiek respect voor het ambt, los van politieke kleur én psychologische groei
Want één ding is zeker: een land dat zichzelf niet respecteert, kan door niemand gerespecteerd worden. Laten we de woorden uit het mooie gedicht van Dobru opnieuw in acht nemen: “Wan bong. Someni wiwiri.” Laten we weer één boom worden.
Met vele bladeren, maar één stam.
Door: Agnes Roosveld-Café, MSc.
Klinisch Psycholoog