Cyriel Lamesi is terug in Suriname. Na een periode in Nederland te hebben gewoond, voelt hij dat het tijd is om zijn missie voort te zetten: Surinaamse muziek op de wereldkaart zetten.
“Ik heb een droom, ik heb een missie,” zegt hij met overtuiging. “Ik wil dat Surinaamse muziek verder komt, dat het wereldwijd erkend wordt, in onze eigen taal.”
Een missie over grenzen heen
Lamesi vertelt dat hij er bewust voor heeft gekozen om een tijdje in Nederland te wonen.
“Ik wilde kanalen doorboren, een basis creëren om verder te gaan met Surinaamse muziek. En dat is aardig gelukt,” zegt hij trots. “Binnen twee jaar heb ik mijn Nederlands paspoort en mijn rijbewijs kunnen halen, waardoor ik makkelijker kon reizen. Ik ben in verschillende Europese landen geweest om connecties te leggen. Een paar deuren zijn al op een kiertje opengegaan,” zegt de befaamde zanger aan De Snelle Pen.
Ik geloof dat een Chinees ‘Bai brede’ kan zingen, en dat mensen in India onze Kabula kunnen meezingen.Cyriel Lamesi
Nu is hij terug in Suriname. “Rust is heel belangrijk. Als je kunt rusten, moet je rusten om een schone mindset te hebben. Ik ben teruggekomen om mijn batterij op te laden. De reden dat ik weer thuis ben, is om te ‘boosten’. Ik wil verder met het promoten van Surinaamse muziek en ervoor zorgen dat het wordt herkend en gewaardeerd.”
De band blijft één – ondanks afstand
Over de huidige stand van zaken bij More Love Band vertelt hij dat de groep, ondanks fysieke afstand, sterk blijft.
“Tot nu toe staan we nog steeds op één lijn. De helft van de band is in Suriname en de andere helft in Nederland. We worden allemaal ouder en velen van ons hebben gezinnen, maar de passie blijft. Bij belangrijke optredens komen we bij elkaar als het mogelijk is. Voor de rest gaat alles gewoon door, behalve opgeven.”
Hij benadrukt dat de band altijd een team is geweest: “More Love heeft op elk instrument twee bandleden. Zo heb ik het altijd geregeld, zodat er geen sterrengedrag ontstaat. We staan allemaal gelijk. Er zijn meerdere mensen die elk instrument kunnen bespelen. Ik was het gezicht, en ik ben dat nog steeds. Het maakt niet uit waar we zijn, als ik in Nederland ben, speelt de band daar. Ben ik in Suriname, dan speelt de band hier. Cyriel ís More Love, en More Love ís Cyriel.”
“We hoeven niet in het Engels te zingen om internationaal te zijn”
Over zijn toekomstplannen is hij optimistisch en zelfverzekerd.
“Ik denk niet in termen van vijf jaar. Binnenkort zal Surinaamse muziek te horen zijn op internationale platforms waar onze taal en stijl worden geaccepteerd,” zegt hij.
Sommigen raden hem aan om in het Engels te zingen om internationaal door te breken, maar daar gelooft hij niet in.
“Dat is onzin. Ik geloof dat een Chinees Bai brede kan zingen, en dat mensen in India onze Kabula kunnen meezingen. Wij hebben zelf een blokkade gecreëerd door te denken dat we eerst Engels of Spaans moeten zingen om het te maken. Dat is niet waar. Faluma van Sisa Agie is het sterkste bewijs. Ik geloof daar heilig in. Het duurt niet lang meer, geduld is een schone zaak. We gaan gewoon daar. Zoals Kankantrie zingt: ‘Niets aan de hand’. En zoals Sabakoe zegt: ‘We moeten door’.”
“Ik ben thuis, niet op vakantie”
Hoewel hij in Nederland was, voelt hij zich geen buitenlander.
“Ik ben geen vakantieganger, ik ben gewoon thuis. Ik ben een Surinamer,” zegt hij beslist. “Ik ben hier om te kijken wat ik kan bijdragen aan mijn land. Ik wil niet meer klagen dat het niet goed gaat in Suriname. De vraag is: wat kan ik doen om te helpen? Dat is mijn missie, met mijn muziek en het pad dat ik bewandel.”
En dat pad is drukbezet. “Mijn telefoon staat roodgloeiend,” lacht hij. “Ik krijg veel uitnodigingen voor motivational speeches op elk niveau. Ik heb optredens, workshops, uitwisselingsprojecten en nieuwe nummers en clips die vanaf volgende week uitkomen. Er komt resultaat. We gaan door.”