Met de invoering van het Nieuw Burgerlijk Wetboek (NBW) krijgt het binnenlands gewoonterecht voor het eerst een wettelijke erkenning in Suriname. De nieuwe wet biedt inheemse en tribale volken de mogelijkheid om hun traditionele rechtsnormen en gebruiken te laten meewegen in juridische geschillen.
Het binnenlands gewoonterecht, het geheel van regels dat leeft binnen inheemse en marrongemeenschappen, is voortaan opgenomen in de nationale wetgeving. Dit blijkt uit artikel 1:8 van het NBW, dat op 1 mei 2025 officieel van kracht is geworden.
Het artikel stelt dat de rechter in rechtszaken rekening mag houden met binnenlands gewoonterecht, mits deze gebruiken niet in strijd zijn met de openbare orde of goede zeden. Daarmee erkent de staat formeel de waarde van de traditionele regels die generaties lang zijn toegepast binnen gemeenschappen buiten het formele rechtssysteem.
Het gaat hierbij om gebruiken rond erfrecht, huwelijk, samenleving, grondgebruik en conflictoplossing. Een belangrijk voorbeeld is het gemeenschappelijk grondgebruik in dorpen waarbij geen officiële eigendomstitels bestaan, maar wel langdurige, erkende rechten binnen de gemeenschap.
Gewoonterecht
Hoewel het binnenlands gewoonterecht niet automatisch boven nationale wetgeving staat, kunnen rechters nu expliciet ruimte geven aan deze normen bij de beoordeling van zaken. Voorwaarde is dat de betrokkenen voldoende aantonen dat het om algemeen aanvaarde regels binnen hun gemeenschap gaat.
Volgens juristen betekent deze ontwikkeling een versterking van de culturele autonomie van binnenlandse volken. Tegelijkertijd blijft het belangrijk dat deze gebruiken niet botsen met fundamentele mensenrechten, zoals het recht op gelijke behandeling van vrouwen en kinderen.
Bron: Nieuw Burgerlijk Wetboek van Suriname, artikel 1:8