Terwijl vandaag, 2 september, wordt stilgestaan bij 163 jaar vrede tussen het koloniale bestuur van Suriname en de Bakabusi-gemeenschap, grijpen de nakomelingen van Granman Broos Babel en Kalico Babel de herdenking aan om opnieuw aandacht te vragen voor de positie van hun gemeenschap. Zij willen dat de historische erkenning van hun voorouders wordt vertaald in concrete rechten, met name wettelijke erkenning van collectieve grondenrechten.
Het vredesakkoord dat op 2 september 1863 werd gesloten, maakte een einde aan een langdurige periode van gewapend verzet van de Bakabusi tegen het koloniale gezag. Broos Babel kreeg bij die gelegenheid het predicaat van Granman. Ook werden vredesgaven uitgewisseld als teken van erkenning en wederzijds respect.
De Bakabusi hadden zich jarenlang vanuit het zogenoemde achterbos, in de moerasgebieden achter de plantages langs onder meer de Commewijne- en Surinamerivier, verzet tegen het koloniale bestuur. Onder verschillende gezagdragers, onder wie Bushgranman Samsi, Famiri, Harlekijn, Sambo, Akukudabi, Dambrosu en later de broers Broos en Kalico Babel, bleef de gemeenschap haar vrijheid verdedigen.
Volgens de nakomelingen mag de herdenking echter niet uitsluitend een terugblik op het verleden zijn. Zij stellen dat de vraag wat de historische erkenning vandaag betekent voor de gemeenschap centraal moet staan.
Grondenrechten opnieuw op de agenda
De familie en gemeenschap wijzen op de onzekerheid rond de wettelijke bescherming van traditionele woon- en leefgebieden van Marron- en inheemse gemeenschappen. Volgens hen neemt tegelijkertijd de druk op natuurlijke hulpbronnen toe door onder meer mijnbouw, houtkap en andere economische activiteiten. De gevolgen raken volgens de gemeenschap niet alleen het milieu, maar ook de cultuur, bestaanszekerheid en toekomst van de bewoners van deze gebieden. Daarom wordt de regering opgeroepen om de kwestie van collectieve grondenrechten met prioriteit te behandelen en de rechten van Marron- en inheemse gemeenschappen wettelijk te beschermen.
Niet alleen rechten, maar ook ontwikkeling
Naast grondenrechten vragen de nakomelingen aandacht voor de sociaaleconomische ontwikkeling van de Bakabusi-gemeenschap. Zij noemen investeringen in onderwijs, gezondheidszorg, infrastructuur, cultureel erfgoed en economische mogelijkheden als belangrijke voorwaarden voor de volgende generaties. Na de emancipatie vestigden nakomelingen van de Bakabusi zich onder meer op en rond de voormalige plantages Rorac en Klaverblad en in het gebied van de Surnaukreek, waaronder Fort Akata.
De herdenking van het vredesakkoord van 1863 krijgt daarmee een actuele betekenis. Voor de nakomelingen van Broos en Kalico Babel is 2 september niet alleen een moment om het verzet en de vrijheid van hun voorouders te herdenken, maar ook een moment om de overheid te herinneren aan de vraag welke rechten en ontwikkelingskansen daar vandaag tegenover staan.
“Historische erkenning moet leiden tot hedendaagse rechtvaardigheid,” is de kern van hun oproep aan de regering.