Het beheer van het Willebrord-Axwijk-sportcomplex blijft onderwerp van een juridisch geschil tussen Stichting Florentina en het ministerie van Jeugdontwikkeling en Sport. Voorzitter Winston Vyent legt zich niet neer bij de uitspraak waarbij het beheer weer bij het ministerie is gelegd. Zijn advocaat heeft hoger beroep aangetekend. Vyent zegt aan De Snelle Pen zich niet te kunnen vinden in de beslissing. Volgens hem heeft de rechter het algemeen belang meegewogen, maar geldt dat volgens hem ook voor de stichting. “De stichting gaat ook voor algemeen belang,” stelt Vyent. Hij zegt dat het sportcomplex destijds met afspraken tussen de stichting en de overheid werd overgedragen, waarbij beide partijen zouden bijdragen aan het beheer. Volgens Vyent heeft de overheid haar deel van die afspraken niet ingevuld. Dat zou volgens hem hebben geleid tot het conflict over het beheer. Hij benadrukt dat Stichting Florentina Vyent geen filantropische organisatie is en dat onderhoud van een sportcomplex volgens hem niet zonder financiële ondersteuning kan worden uitgevoerd.
Boos ben ik niet, maar ik ben wel teleurgesteldWinston Vyent
Onvrede over beheer
Tijdens de periode waarin de stichting het complex beheerde, ontstond onder gebruikers onvrede over onder meer het afsluiten van de poort en betalingen voor het gebruik van het terrein. Vyent zegt dat dergelijke maatregelen verband hielden met de kosten voor beheer en onderhoud. Volgens hem kan de stichting het terrein niet onderhouden zonder inkomsten of ondersteuning van de overheid. Hij zegt daarnaast dat hij meerdere keren met minister Lalini Gopal van Jeugd en Sportontwikkeling in gesprek wilde gaan, maar naar eigen zeggen geen gelegenheid kreeg om zijn kant van de zaak rechtstreeks toe te lichten. “Als je ons niet ontvangt om te communiceren of van gedachten te wisselen, kan je verkeerde beslissingen nemen,” aldus Vyent.
Contract van vijf jaar
Volgens Vyent heeft de stichting een overeenkomst met de overheid voor vijf jaar. Die overeenkomst zou volgens hem nog niet zijn ontbonden. Hij stelt dat de uitvoering ervan door de rechter is opgeschort, waardoor de stichting voorlopig geen inkomsten uit het terrein mag innen en het beheer moet overdragen. De voorzitter wacht nu het hoger beroep af. Hij zegt erop te vertrouwen dat de juridische procedure duidelijkheid zal brengen. Vyent, die 36 jaar bij Sportzaken heeft gewerkt en eerder betrokken was bij het beheer van het Flora A-sportcentrum, zegt vooral teleurgesteld te zijn over de ontstane situatie. “Boos ben ik niet, maar ik ben wel teleurgesteld,” zegt hij. Ondanks het conflict zegt yjent niet uit te zijn op een confrontatie. Hij benadrukt dat zijn inzet volgens hem altijd gericht is geweest op het in stand houden van het sportcomplex en het bieden van ruimte aan sporters. Voorlopig ligt het beheer weer bij het ministerie. De uitkomst van het hoger beroep moet bepalen hoe de samenwerking tussen de overheid en de stichting verdergaat.