Een standhouder die tijdens de viering van Inheemse Dag in de binnenstad mocht verkopen, zegt met een flinke verliespost te zijn achtergebleven. Ondanks de vergunning en een standplaatshuur van SRD 1.500, kwam de verwachte aanloop volgens haar nauwelijks op gang. De vrouw verkocht popcorn, schaafijs, suikerspin en slush. Ze had daarvoor haar machines meegenomen en ook een generator, omdat er op haar toegewezen plek geen elektriciteit beschikbaar was. Volgens de standhouder begon de onzekerheid al vóór het evenement. Ze stond bij het Waaggebouw, bij de muur waar Broki is gevestigd. Bij de betaling van de standplaatshuur kreeg ze te horen dat niemand meer bij Combe of langs de waterkant mocht staan. Ook het vlaggenplein zou niet beschikbaar zijn.
Loperij
Ze werd vervolgens verwezen naar Openbaar Groen, maar daar bleek de afdeling inmiddels verhuisd te zijn. Ze werd naar een andere plek gebracht en kreeg te horen dat ze later zou worden gebeld. Dat telefoontje kwam volgens haar echter nooit.
Omdat ze al had betaald en het weekend voor de deur stond, besloot ze vrijdag zelf naar het commissariaat te gaan om duidelijkheid te krijgen. Daar kreeg ze haar stukken en werd haar uitgelegd waar haar standplaats was. De standhouder had direct haar twijfels over de locatie. Ze wees erop dat de plek volgens haar erg onoverzichtelijk was en dat er bovendien een verhoging zat. Ze vroeg zich af hoe ze daar haar lange tafel en apparatuur moest plaatsen. Ze kreeg naar eigen zeggen te horen dat het zou lukken, omdat de bezoekers van de andere kant zouden komen. Maar volgens haar kwam die aanloop er nauwelijks.
Uitgaven
De standhouder zegt uiteindelijk slechts SRD 1.715 aan omzet te hebben gemaakt. Daartegenover stonden onder meer de SRD 1.500 standplaatshuur, brandstofkosten en de kosten voor haar producten. Alleen aan benzine voor haar motor zegt ze ongeveer SRD 2.500 te hebben uitgegeven. Daarnaast moest ze vier grote zakken ijs kopen van SRD 130 per stuk, samen SRD 520. “Als ik u zeg wat ik heb verkocht, gaat u zelfs schrikken. Ik zit letterlijk met alles,” zegt de standhouder emotioneel. Volgens haar wilden kinderen wel degelijk iets kopen. Ze begrijpt ook dat ouders niet vooraf allerlei lekkers voor hun kinderen meenemen wanneer ze nog niet weten wat er op de plek van het evenement te koop zal zijn. “Je kent het toch? Als kind zie je een popcornmachine of een suikerspin en dan wil je het gelijk.” Een moment dat haar vooral is bijgebleven, was toen een moeder met haar kinderen op weg naar huis langs haar stand kwam. De kinderen wilden suikerspin. Toen de moeder hoorde dat zij SRD 30 vroeg, reageerde ze verbaasd.
Verlies
Voor de standhouder blijft echter de vraag hoe zij haar investering moet terugverdienen wanneer ze op een plek wordt gezet waar volgens haar nauwelijks publiek komt. Ze zegt dat vooraf veel werd verwacht van de activiteit en dat standhouders erop rekenden dat er voldoende bezoekers zouden zijn. “Men verzekert je van zoveel en uiteindelijk zet men je op een plek waar er weinig of geen aanloop is.” De vrouw wil vooral aandacht vragen voor de manier waarop standhouders tijdens dergelijke grote activiteiten worden geplaatst. Zij zegt niet dat mensen vooraf verplicht moeten worden om eten en lekkernijen voor hun kinderen te kopen. Haar punt is dat een standhouder die betaalt voor een vergunning en standplaats, vervolgens wel afhankelijk is van een locatie waar daadwerkelijk publiek langskomt. Voor haar pakte de deelname uiteindelijk anders uit dan gehoopt: een omzet van SRD 1.715, tegenover duizenden SRD’s aan kosten.