De namen van duizenden Javaanse contractarbeiders die naar Suriname kwamen, zijn grotendeels verdwenen uit de geschiedenisboeken. Zij hebben geen bekende graven en hun persoonlijke verhalen zijn nauwelijks vastgelegd. Volgens voorzitter van De Nationale Assemblée (DNA), Michael Adhin, betekent herdenken daarom ook dat deze mensen alsnog de waardigheid krijgen die zij verdienen. “De koloniale verslagen noemen geen namen. Daarin staan alleen mannen en vrouwen. Deze mensen hebben geen graf dat wij kennen. Herdenken betekent dus dat wij hun waardigheid alsnog teruggeven”, zei Adhin donderdag tijdens het symposium ‘136 jaar Jawa Suriname: De doorwerking van de contractarbeid, welzijn, rechten, cultuur en de toekomst van onze gemeenschap’ in Sana Budaya.
Op 9 augustus 1890 arriveerden de eerste 94 Javaanse contractarbeiders in Suriname. Ondanks hun moeilijke omstandigheden bouwden zij een sterke gemeenschap op met een eigen culturele identiteit. Adhin noemde als voorbeeld de eerste gamelan die zij zelf maakten uit weggegooide olievaten. Volgens hem toont dit de veerkracht en creativiteit van de Javaanse gemeenschap. De DNA-voorzitter stelde dat de gevolgen van de contractarbeid nog steeds voelbaar zijn. Volgens hem verdienen onderwerpen als sociale ontwikkeling, economische kansen, rechten en culturele identiteit blijvende aandacht. “Zij hebben nooit gevraagd om nieuwe voorwaarden. Zij vroegen alleen dat hun contract werd nageleefd. Zij vroegen om de rechtsstaat”, aldus Adhin. Volgens hem is nader onderzoek nodig naar de manier waarop met de contractarbeiders is omgegaan.
Geschiedenis
Ook DNA-lid Marciano Dasai wees op de harde realiteit achter de geschiedenis. Volgens hem gaat de Javaanse geschiedenis in Suriname niet alleen over immigratie, maar ook over onderdrukking en uitbuiting. “Het geduld van de voorouders was geen teken van zwakte, maar een vorm van overleving binnen een onrechtvaardig systeem”, zei Dasai tijdens de paneldiscussie. Tijdens het symposium, georganiseerd door de Vereniging Herdenking Javaanse Immigratie (VHJI), werd ook vooruitgekeken. Onderwijs, economische zelfstandigheid, maatschappelijke deelname en het behoud van cultureel erfgoed werden genoemd als belangrijke voorwaarden voor de toekomst van de Javaanse gemeenschap. VHJI-voorzitter Elwin Atmodimedjo benadrukte dat herdenken meer is dan terugkijken. “Om te weten waar je naartoe gaat, moet je weten waar je vandaan komt.”
De herdenking van 136 jaar Javaanse immigratie werd daarmee niet alleen een moment om het verleden te eren, maar ook een oproep om de geschiedenis verder te onderzoeken en de bijdrage van de Javaanse gemeenschap aan Suriname blijvend te erkennen.