Minister André Misiekaba van Volksgezondheid, Welzijn en Arbeid wil een nationale raad oprichten waarin organisaties en deskundigen op het gebied van mentale gezondheid worden samengebracht. De raad moet zorgen voor een gezamenlijke aanpak van suïcide en suïcidepogingen in Suriname. Volgens cijfers van het Korps Politie Suriname (KPS) werden in juni 22 gevallen van suïcide en suïcidepogingen geregistreerd. Minister Misiekaba noemt de ontwikkeling zeer zorgwekkend en benadrukt dat elk mensenleven telt. De minister stelt dat er in Suriname al verschillende initiatieven en organisaties actief zijn op het gebied van mentale gezondheid, maar dat deze nog te veel los van elkaar werken. De nieuwe nationale raad moet daarom een gezamenlijke strategie ontwikkelen. De uitvoering daarvan moet vervolgens door de verschillende organisaties worden opgepakt.
De raad zal worden ondergebracht bij het directoraat Welzijn van het ministerie.
Crisishulp
Daarnaast wordt de landelijke crisishulplijn 114 verder onder de aandacht gebracht. De hulplijn ging op 5 juni van start en biedt mensen in een acute psychische crisis een luisterend oor, professionele ondersteuning en doorverwijzing naar passende hulp.
Ook de mentale gezondheid van kinderen en jongeren krijgt extra aandacht. In overleg met minister Dirk Currie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur wordt gewerkt aan een bredere aanpak van pesten op scholen. Het ministerie wil onder meer bekijken of gespecialiseerde maatschappelijk werkers in het onderwijs kunnen worden ingezet om signalen van psychische problemen eerder te herkennen. Verder wordt onderzocht welke chemische middelen die regelmatig worden gebruikt bij suïcide in Suriname beschikbaar zijn. Samen met het ministerie van Economische Zaken wil VWA nagaan of aanvullende maatregelen nodig zijn om de toegankelijkheid van bepaalde middelen te beperken. De aangekondigde nationale raad moet uiteindelijk zorgen voor meer samenwerking en een betere afstemming tussen de verschillende organisaties. De uitdaging blijft echter groot: 22 gevallen in één maand laten zien dat een gezamenlijke aanpak niet langer kan worden uitgesteld.