Twee dagen detentie, zijn paspoort en identiteitskaart in beslag en vervolgens geen toegang meer tot de woning waar zijn persoonlijke bezittingen liggen. Dat is de situatie waarin de 69-jarige Belg Kristiaan Maes zich sinds 14 september zegt te bevinden. Maes, die al zes jaar in Suriname verblijft, vertelt zichtbaar aangeslagen aan De Snelle Pen over wat er volgens hem is gebeurd. Hij zegt dat hij op 14 september door de politie van Nieuwe Grond werd meegenomen naar de Vreemdelingendienst. Daar bracht hij twee dagen door. Toen hij werd vrijgelaten, kon hij naar eigen zeggen niet meer terug naar zijn woning. Tijdens zijn afwezigheid zouden de sloten zijn vervangen. De voordeur zou zijn opengebroken en zijn volledige inboedel zou nog binnen staan.
“Ik wil geen ruzie. Ik wil eerlijkheid.”
Zijn leven ligt achter een gesloten deur
Volgens Maes bevinden zijn bankpasjes, geld, documenten en andere persoonlijke bezittingen zich nog in de woning. Ook zijn paspoort en identiteitskaart zouden volgens hem nog bij de politie zijn. De situatie maakt hem naar eigen zeggen volledig afhankelijk van anderen. “Mijn bankpasjes en mijn geld zitten in de woning. Ik kan niet eens toiletpapier permitteren. Dat moet ik aan mijn Surinaamse levenspartner vragen.” De woning was volgens Maes jarenlang zijn thuis. Hij huurde het pand voor 375 euro per maand. Op een bepaald moment vertoonde het huis volgens hem verschillende mankementen. Met de inmiddels overleden huisbaas Dennis Lecky zou hij hebben afgesproken dat hij reparaties zou uitvoeren en de kosten daarvan met de huur zouden worden verrekend. Lecky is inmiddels ruim twee jaar overleden. Na diens overlijden ontstond volgens Maes een conflict met de broer van de voormalige huisbaas. Hij zegt dat de situatie daarna steeds moeilijker werd.
‘Ik heb nooit een aanmaning gehad’
Maes zegt dat hij nooit eerder een aanmaning heeft ontvangen waarin hem duidelijk werd meegedeeld dat hij de woning moest verlaten. Volgens zijn relaas werd hij op 14 september geconfronteerd met de politie en meegenomen. Hij zegt dat hij daarbij geen huiszoekingsbevel heeft gezien. Na zijn vrijlating ontdekte hij dat hij niet meer naar binnen kon. “Ik voel me gediscrimineerd.” Het is een uitspraak die vooral voortkomt uit zijn gevoel van machteloosheid, benadrukt hij. Maes zegt niet op zoek te zijn naar ruzie, maar naar duidelijkheid en een oplossing. Ook zijn levenspartner zit met een probleem. De kwestie heeft volgens Maes ook gevolgen voor zijn Surinaamse levenspartner, met wie hij ongeveer een jaar een relatie heeft. Zij verbleef naar zijn zeggen soms bij hem en gebruikt insuline. Haar medicatie zou zich in de woning bevinden, waardoor zij daar momenteel niet bij kan. “Ik moet mijn insuline innemen”, zegt zij volgens Maes. Voor Maes maakt juist dat de situatie extra schrijnend.
‘Ik word in oktober 70’
Maes wil niet terug naar België. Hij zegt dat hij vanwege het klimaat, dat volgens hem beter aansluit bij zijn gezondheidstoestand, in Suriname wil blijven. “Het klimaat is goed voor me.”.In oktober wordt hij 70 jaar. Hij zegt dat hij in zijn leven veel heeft meegemaakt, maar een situatie als deze nooit eerder heeft ervaren. De man zegt dat hij de geleden schade op de familie Lecky zal verhalen en zoekt een advocaat die hem juridisch kan bijstaan. Zijn wens is naar eigen zeggen eenvoudig: toegang tot zijn persoonlijke bezittingen en duidelijkheid over zijn woonsituatie. “Ik wil geen ruzie. Ik wil eerlijkheid.”
De Snelle Pen heeft de verklaringen van Maes weergegeven als zijn relaas. De visie van de andere betrokken partij(en) en de juridische grondslag van de ontruiming zijn op het moment van publicatie niet bij De Snelle Pen bekend.