Aan één tafel zaten donderdag zeven vertegenwoordigers van verschillende organisaties. Niet om een cultureel programma te bespreken, maar om te praten over wat er volgens hen nog ontbreekt voor een deel van de Afro-Surinaamse gemeenschap.
De zeven vormen de kerngroep van een nieuwe bundeling van 22 Afro-Surinaamse organisaties. President Jennifer Simons ontving de groep op haar kabinet voor een kennismaking en een gesprek over de plannen.
Het initiatief komt van Na Afrikan Kulturu fu Sranan (NAKS). Volgens NAKS-voorzitter Siegmien Staphorst willen de organisaties hun krachten bundelen rond problemen die volgens hen al langer spelen, onder meer op het gebied van onderwijs, gezondheid, grond, huisvesting en ondernemerschap.
“Iedereen praat over de Afro’s en denkt dat we alleen aan cultuur doen.”
Met die opmerking wil Staphorst een ander gesprek op gang brengen. Volgens haar gaat het niet alleen om culturele identiteit, maar ook om de vraag hoe Afro-Surinamers ervoor staan op verschillende maatschappelijke terreinen.
Eerst de cijfers, dan de plannen
De organisaties willen daarom onderzoek laten doen naar de achterstanden. Hoe groot zijn die? Waar bevinden ze zich? En op welke gebieden is de kloof het grootst?
Staphorst noemt ondernemerschap als voorbeeld. Zonder cijfers en data, stelt zij, blijft het moeilijk om gericht beleid te maken.
De bundeling wil uiteindelijk komen tot een meerjarenprogramma waarin de verschillende vraagstukken worden aangepakt. Dat moet niet bij plannen blijven, maar leiden tot concrete veranderingen.
Ook de beschikbare Nederlandse middelen voor Suriname kwamen ter sprake. Nederland heeft 66,6 miljoen euro beschikbaar gesteld uit een fonds van 200 miljoen euro voor herdenking en bewustwording. Het geld is bestemd voor maatschappelijke projecten, erfgoed, onderwijs en beleidsontwikkeling en niet voor individuele schadevergoedingen aan nazaten.
Staphorst benadrukt dat geld niet de reden is waarom de 22 organisaties elkaar hebben opgezocht. “Wij zijn gebundeld, omdat we allemaal voelen dat het nodig is dat we samenwerken met elkaar.”
President Simons zou volgens Staphorst positief hebben gereageerd op het initiatief en interesse hebben getoond in de aanpak van de groep. Nu begint het moeilijkere deel: van 22 organisaties één gezamenlijke koers maken, de achterstanden met cijfers onderbouwen en bepalen waar de eerste stap moet worden gezet.